wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Havo 4wisA; hfst 2 verwerken van data

Total questions: 22

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Er is in klas H4k bijgehouden hoe vaak de leerlingen hun huiswerk niet in orde hadden in oktober. Zie de tabel.

Wat is de variabele en wat is het meetniveau?

a)

Aantal keer huiswerk niet in orde

Ratio

b)

Aantal keer huiswerk niet in orde

Interval

c)

Frequentie

Ratio

d)

Frequentie

Interval

2.

Er is in klas H4k bijgehouden hoe vaak de leerlingen hun huiswerk niet in orde hadden in oktober. Zie de tabel.

Wat is de modus?

a)

Modus = 8

b)

Modus = 6

c)

Modus = 1

d)

Modus = 0

3.

Er is in klas H4k bijgehouden hoe vaak de leerlingen hun huiswerk niet in orde hadden in oktober. Zie de tabel.

TIP: zet de tabel in de GR. Je gaat hem voor meerdere vragen nodig hebben.


Wat is de mediaan?

a)

Mediaan = 1

b)

Mediaan = 2

c)

Mediaan = 3

d)

Mediaan = 15

4.

Er is in klas H4k bijgehouden hoe vaak de leerlingen hun huiswerk niet in orde hadden in oktober. Zie de tabel.


Wat is het gemiddelde?

a)

Gemiddelde = 1,8

b)

Gemiddelde = 2,0

c)

Gemiddelde = 2,7

d)

Gemiddelde = 3,0

5.

Er is in klas H4k bijgehouden hoe vaak de leerlingen hun huiswerk niet in orde hadden in oktober. Zie de tabel.


Wat is de standaardafwijking?

a)

Standaardafwijking = 1,78

b)

Standaardafwijking =1,75

c)

Standaardafwijking = 2,03

d)

Standaardafwijking = 3,01

6.

Er is in klas H4k bijgehouden hoe vaak de leerlingen hun huiswerk niet in orde hadden in oktober. Zie de tabel.


Hoeveel procent heeft 4 keer of vaker zijn huiswerk niet in orde gehad?

a)

10,3%

b)

20,7%

c)

79,3%

d)

6%

7.

Er is in klas H4k bijgehouden hoe vaak de leerlingen hun huiswerk niet in orde hadden in oktober. Zie de tabel.


Welke boxplot hoort hierbij?

a)
b)
c)
d)
8.

Van twee dorpjes die vlak bij elkaar liggen is in een enquête het bierverbruik gemeten. Het ging om het aantal glazen bier dat een gezin per week gebruikte. Dat gaf de twee relatieve cumulatieve frequentiepolygonen hiernaast.


Hoeveel procent van de mensen van Bdorp drinkt tussen de 20 en 40 glazen bier per week?

a)

20%

b)

40%

c)

50%

d)

70%

9.

Van twee dorpjes die vlak bij elkaar liggen is in een enquête het bierverbruik gemeten. Het ging om het aantal glazen bier dat een gezin per week gebruikte. Dat gaf de twee relatieve cumulatieve frequentiepolygonen hiernaast.


Hoeveel procent van de mensen van Adorp drinkt meer dan 10 glazen bier in de week?

a)

10%

b)

30%

c)

70%

d)

90%

10.

Van twee dorpjes die vlak bij elkaar liggen is in een enquête het bierverbruik gemeten. Het ging om het aantal glazen bier dat een gezin per week gebruikte. Dat gaf de twee relatieve cumulatieve frequentiepolygonen hiernaast.


In totaal zijn er in Adorp 2500 mensen.


Hoeveel mensen van Adorp drinkt minder dan 40 glazen bier in de week?

a)

250

b)

750

c)

1750

d)

2250

11.

Van twee dorpjes die vlak bij elkaar liggen is in een enquête het bierverbruik gemeten. Het ging om het aantal glazen bier dat een gezin per week gebruikte. Dat gaf de twee relatieve cumulatieve frequentiepolygonen hiernaast.


Welke boxplot hoort bij Bdorp?

a)
b)
c)
d)
12.

Tussen 1918 en 2018 is in Nederland hoeveel mm neerslag er per jaar is gevallen. Zie de tabel.


Wat is de variabele?

a)

Frequentie

b)

Aantal mm neerslag per jaar

13.

Tussen 1918 en 2018 is in Nederland hoeveel mm neerslag er per jaar is gevallen. Zie de tabel.

De variabele is aantal mm neerslag per jaar.


Is deze variabele kwantitatief of kwalitatief?

Is deze variabele discreet of continu?

a)

Kwantitatief en discreet

b)

Kwantitatief en continu

c)

Kwalitatief en discreet

d)

Kwalitatief en continu

14.

Tussen 1918 en 2018 is in Nederland hoeveel mm neerslag er per jaar is gevallen. Zie de tabel.

TIP: zet de tabel in de GR. Je gaat hem voor meerdere vragen nodig hebben.


Bereken het gemiddelde.

a)

816

b)

868

c)

900

d)

916

15.

Tussen 1918 en 2018 is in Nederland hoeveel mm neerslag er per jaar is gevallen. Zie de tabel.


Bereken de standaardafwijking.

a)

102,56

b)

133,70

c)

134,37

d)

244,95

16.

Tussen 1918 en 2018 is in Nederland hoeveel mm neerslag er per jaar is gevallen. Zie de tabel.


Wat is de modale klasse?

a)

34

b)

100

c)

800-900

d)

900-1000

17.

Tussen 1918 en 2018 is in Nederland hoeveel mm neerslag er per jaar is gevallen. Zie de tabel.


Welke frequentieplygoon hoort bij de tabel?

a)
b)
c)
d)
18.

Tussen 1918 en 2018 is in Nederland hoeveel mm neerslag er per jaar is gevallen. Zie de tabel.


Bereken wat er op de plek van het vraagteken moet komen te staan.

a)

30

b)

64

c)

85

d)

94

19.

Tussen 1918 en 2018 is in Nederland hoeveel mm neerslag er per jaar is gevallen. Zie de tabel.


Welke relatieve cumulatieve frequentiepolygoon hoort bij de tabel?

a)
b)
c)
d)
20.

Op de Nassau is gekeken uit hoeveel leerlingen iedere cluster in de bovenbouw bestaat. Deze gegevens zijn samengevat in een boxplot.


Hoeveel procent van de clusters hebben 30 of minder leerlingen?

a)

14%

b)

25%

c)

75%

d)

86%

21.

Op de Nassau is gekeken uit hoeveel leerlingen iedere cluster in de bovenbouw bestaat. Deze gegevens zijn samengevat in een boxplot.


Wat is de kwartielafstand?

a)

20

b)

25

c)

3

d)

8

22.

Op de Nassau is gekeken uit hoeveel leerlingen iedere cluster in de bovenbouw bestaat. Deze gegevens zijn samengevat in een boxplot.


In totaal zijn er 7680 clusters bekeken.


Hoeveel daarvan hebben minder dan 22 leerlingen?

a)

2880

b)

1350

c)

5520

d)

1920