wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4T Geluid en frequentie

Total questions: 9

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

De rekeneenheid van frequentie heet

a)

Decibel (dB)

b)

Watt (W)

c)

Hertz (Hz)

d)

Kilowattuur (kWh)

2.

De mannenstem is anders dan de vrouwenstem. Wat is waar?

a)

Vrouwen gebruiken meer melodie in het spreken dan mannen

b)

Mannen zingen op lagere frequenties dan vrouwen

c)

Vrouwen praten met lagere frequenties dan mannen

d)

De stembanden van de man zijn meer gespannen dan die van de vrouw

3.

De frequentie van een toon zegt iets over de trilling van die toon

a)

Hoe luid de trilling eigenlijk is

b)

Hoeveel tonen er samengevoegd zijn

c)

Hoeveel trillingen er per seconde langskomen

d)

Hoeveel seconden 1 trilling duurt in de tijd

4.

Welke frequentie hoort bij een hoge toon?

a)

20 Hz

b)

800 Hz

c)

2000 Hz

d)

8000 Hz

5.

Hoe reken je de Frequentie om naar de Trillingstijd?

a)

T = 100 / f

b)

T x f =1

c)

T = f /1000

d)

T = 1 / f

6.

Deze snaar trilt met 100 trillingen per seconde. Wat is de Trillingstijd

a)

10 msec

b)

1 msec

c)

1 sec

d)

100 msec

7.

Ons gehoor heeft een frequentiebereik. Welke waardes zijn dat?

a)

300 tot 3.300 Hz

b)

50 tot 50.000 Hz

c)

20 tot 20.000 Hz

d)

5 tot 5.000 Hz

8.

Ik heb een snaar. Wat doe ik, om er een hogere toon uit te krijgen?

a)

De snaar opspannen

b)

De snaar ontspannen

c)

De snaar korter maken

d)

De snaar zwaarder maken met magneetjes

9.

Een hond kan frequenties horen die wij niet horen. Welke frequentiegebied is dat?

a)

tot wel 20.000 Hertz

b)

tot wel 50.000 Hertz

c)

tot wel 100.000 Hertz

d)

maakt niet uit, ze horen gewoon zachtere geluiden dan wij.