wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Actief en Passief Transport

Total questions: 9

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

We noemen oplossing 1 hypotonisch ten opzichte van oplossing 2 als

a)

oplossing 1 minder geconcentreerd is dan oplossing 2.

b)

oplossing 1 meer geconcentreerd is dan oplossing 2.

c)

oplossing 1 even geconcentreerd is als oplossing 2.

d)

oplossing 1 andere opgeloste stoffen bevat dan oplossing 2.

2.

De osmotische waarde van een oplossing wordt bepaald door

a)

de aanwezigheid van een permeabel membraan.

b)

de concentratie aan opgeloste stoffen.

c)

de aanwezigheid van een semipermeabel membraan.

d)

het concentratieverschil.

3.

Rijpe kersen kunnen na een regenbui barsten, omdat

a)

de neervallende regendruppels de dunne celwand scheuren.

b)

het regenwater de dunne celwanden week maakt.

c)

de dunne celwanden scheuren onder druk van het door osmose opgenomen water.

d)

de dunne celwanden scheuren onder druk van de suikers in de cellen.

4.

Bij een ongeboren baby wordt er zuurstofgas getransporteerd van het bloed van de moeder naar het bloed van de foetus via de placenta. Het transport van zuurstofgas van het moederlijk bloed naar het foetaal bloed is een voorbeeld van

a)

Transport via pompen

b)

Osmose

c)

Diffusie

d)

Endocytose

5.

Het in stand houden van de membraanpotentiaal is afhankelijk van het transport van Na+ en K+-ionen. Dit is een voorbeeld van

a)

Actief transport dmv pompen

b)

Actief transport dmv endocyotse

c)

Actief transport dmv exocytose

d)

Passief transport dmv Diffusie

6.

Welke van onderstaande moleculen kunnen zich wel verplaatsen doorheen het celmembraan zonder gespecialiseerde hulp?

a)

Glucose

b)

Kalium

c)

Zuurstof

d)

Aminozuren

7.

Als stoffen zich van een hoge concentratie opgeloste stof naar een lage concentratie opgeloste stof verplaatsen, dan verplaatsen deze stoffen zich ...

a)

Tegen de concentratiegradiënt in

b)

Met de concentratiegradiënt mee

c)

Geen van bovenstaande

8.

Hoe heten de volgende toestanden van een plantencel als je weet dan de cel zich gedraagt van de linkse afbeelding naar de rechtse afbeelding?

a)

Turgor, plasmolyse en deplasmolyse

b)

Plasmolyse, deplasmolyse en turgor

c)

Turgor, deplasmolyse en plasmolyse

d)

Deplasmolyse, turgor en plasmolyse

9.

Virsussen worden in de cellen opgenomen door ...

a)

Endocytose

b)

Pompen

c)

Osmose

d)

Diffusie