wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Van mond tot kont

Total questions: 23

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.

Maagsap is een voorbeeld van een verteringssap

a)

Waar

b)

Niet waar

2.

Waar zorgt maagzuur voor?

a)

Dat voedsel makkelijk kan verteren

b)

Doodt bacteriën

c)

Zorgt dat enzymen sneller kunnen werken

3.

Enzymen van speeksel verteren eiwitten

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Waar wordt gal opgeslagen?

a)

In de lever

b)

In de galblaas

c)

In de alvleesklier

5.

Waar zorgt alvleessap voor?

a)

Voor vertering van eiwitten en koolhydraten

b)

Voor vertering van alleen eiwitten

c)

Voor vertering van vetten

6.

Op welke van de plaatsen in de afbeelding worden enzymen afgegeven? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk

a)

plaats 1

b)

plaats 2

c)

plaats 3

d)

plaats 5

e)

plaats 9

7.

Wat is de naam van onderdeel 5?

a)

dunne darm

b)

blinde darm

c)

twaalfvingerige darm

d)

endeldarm

8.

Wat is de juiste volgorde dat voedsel volgt in ons verteringsstelsel (van mond tot kont)

a)

Hand-mond-slokdarm-maag-dunne darm-dikke darm-endeldarm-anus

b)

Mond-slokdarm-maag-twaalfvingerige darm-dikke darm-dunne darm-endeldarm-anus

c)

Mond-slokdarm-maag-lever-twaalfvingerige darm-dunne darm-dikke darm-endeldarm-anus

d)

Mond-slokdarm-maag-twaalfvingerige darm-dunne darm-dikke darm-endeldarm-anus

9.

Speeksel bestaat uit water, ...

a)

enzymen en slijm

b)

enzymen

c)

slijm

d)

alleen water

10.

Maagsap bestaat uit:

a)

water en enzymen

b)

water en maagzuur

c)

water, enzymen en maagzuur

d)

water, enzymen, maagzuur en eiwitten

11.

Mohammed zegt dat gal door je lever gemaakt wordt en zorgt voor de vertering van vet. Indra zegt dat gal door de galblaas gemaakt wordt voor de vertering van vet.

a)

Mohammed heeft gelijk, Indra heeft ongelijk

b)

Mohammed heeft ongelijk, Indra heeft gelijk

c)

Mohammed en Indra hebben beide gelijk

d)

Mohammed en Indra hebben beide ongelijk

12.

Functies van de lever zijn: (er zijn meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Het aanmaken van gal

b)

Het afbreken van schadelijke stoffen

c)

Het zorgt ervoor dat verschillende hoeveelheden voedingsstoffen in het bloed constant blijven

d)

Het verteren van vetten

13.

De voornaamste functie van de dikke darm is:

a)

Het verteren van de laatste voedingsstoffen uit de voedselbrij

b)

Het opnemen van water uit de voedselbrij

c)

Ervoor zorgen dat je darmflora behouden blijft en niet met de ontlasting weggaat

d)

De voedselbrij extra goed kneden

14.

Hoe zorgt de maagportier ervoor dat er niet te veel voedsel in de twaalfvingerige darm terecht komt?

a)

De maagportier zorgt ervoor dat het voedsel zo fijn wordt samengekneed dat het niet te veel is voor je twaalfvingerige darm

b)

De maagportier is bijna altijd gesloten en opent zich maar heel kort om een klein beetje voedselbrij door te laten

c)

De maagportier kiest wanneer het voedsel klein genoeg is om de twaalfvingerige darm in te gaan

d)

De maagportier is zo sterk dat er pas bij grote hoeveelheden voedsel en klein beetje doorheen geperst kan worden

15.

Darmvlokken en microvilli zorgen er voor dat... (er zijn meerdere antwoorden mogelijk)

a)

De oppervlakte van de dunne darm groter wordt

b)

De voedselbrij beter gekneed wordt

c)

De verteerde voedingsstoffen makkelijker het bloed in kunnen

16.

Koolhydraten (bv zetmeel) worden verteerd in de... (er zijn meerdere antwoorden mogelijk)

a)

slokdarm

b)

maag

c)

mond

d)

dunne darm

17.

In de afbeelding zien we het verteringsstelsel van de mens. Bij welke cijfers vindt er vertering van eiwitten plaats?

a)

Bij de cijfers 1, 2 en 5

b)

Bij de cijfers 3, 4 en 6

c)

Bij de cijfers 3, 5 en 6

d)

Bij de cijfers 1, 3 en 4

18.
Waar gaat deze afbeelding over?
a)
peristaltische beweging
b)
opnemen van voedingsstoffen
c)
darmbacteriën
d)
uitscheiden
19.
Dit sap verteert vetten, eiwitten en zetmeel.
a)
Alvleessap
b)
Gal
c)
Maagsap
d)
Speeksel
20.
Deze darm bevat bacteriën.
a)
Dikke darm
b)
Dunne darm
c)
Twaalfvingerige darm
21.

Naast peristaltiek zorgt een ander fenomeen voor het "laten zakken van je eten". Welk fenomeen?

a)

duwen

b)

zwaartekracht

c)

liggen

22.

Wat is het 1e orgaan waarin je peristaltiek tegenkomt?

a)

slokdarm

b)

mond

c)

maag

d)

endeldarm

23.

Hoe komt het dat je maag niet beschadigd raakt van het zoutzuur dat daar gemaakt wordt?

a)

beschermend laagje

b)

concentratie is niet sterk genoeg

c)

het is te weinig