wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Havo 4 Buitenland § 2.1 Wereldwijde luchtstromen

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.
Bij een lagedrukgebied is er sprake van:
a)
een dalende luchtbeweging
b)
een stijgende luchtbeweging
2.
Een lagedrukgebied ontstaat door:
a)
opwarming
b)
afkoeling
3.
Wind waait aan het aardoppervlak van:
a)
hoge druk naar lage druk
b)
lage druk naar hoge druk
4.
De wet van Buys Ballot geeft een verklaring voor:
a)
afwijkende neerslagpatronen
b)
afwijkende windrichtingen
c)
afwijkende drukgebieden
d)
afwijkende antwoorden
5.
Wanneer je op het noordelijk halfrond met de wind in je rug staat, dan heeft de wind een afwijking naar:
a)
rechts
b)
links
6.
De wet van Buys Ballot is een gevolg van:
a)
de draaiing van de aarde
b)
de bolvorm van de aarde
c)
een combinatie van de draaiing en de bolvorm van de aarde
d)
puur toeval!
7.
Waarvoor staat ITCZ?
a)
Intertropische concentratiezone
b)
Intertropische convergentiezone
c)
Intertropische conclusiezone
d)
Geen flauw idee!
8.
De ITCZ bestaat uit een zone van:
a)
lage druk
b)
hoge druk
9.
Moessons zijn:
a)
omgebogen passaten
b)
omgebogen poolwinden
c)
omgebogen westenwinden
d)
omgebogen oostelijke winden
10.
De zon staat nooit loodrecht op een keerkring
a)
Waar
b)
Niet waar
11.

Wat is de juiste volgorde van luchtdrukgebieden? H=hoog, L=laag

a)

H

L

H

L (evenaar)

H

L

H

b)

L

H

L

H (evenaar)

L

H

L

12.

Welke uitspraak is juist:

I: Passaten veranderen elk half jaar van richting door het verschuiven van de ITCZ

II: Bij het passeren van de evenaar verandert de wind van richting.

a)

Beiden uitspraken zijn juist.

b)

Beiden uitspraken zijn onjuist.

c)

Uitspraak I is juist. Uitspraak II is onjuist

d)

Uitspraak I is onjuist. Uitspraak II is juist.

13.
Dalende lucht is.......?
a)
koude lucht
b)
droge lucht
c)
warme lucht
d)
vochtige lucht
14.

Wat zijn andere woorden voor het lagedrukgebied bij de evenaar (2 antwoorden aanvinken)?

a)

ICT

b)

ITCZ

c)

subtropisch maximum

d)

tropisch minimum

15.

de winden tussen de 30 graden noorder/zuiderbreedte en de evenaar heten de:

a)

moessons

b)

westenwinden

c)

polaire winden

d)

passaten

16.

Bij de noord- en zuidpool heerst een:

a)

polair maximum

b)

polair minimum

17.
De wet van Buys Ballot is een gevolg van:
a)
de draaiing van de aarde
b)
de bolvorm van de aarde
c)
een combinatie van de draaiing en de bolvorm van de aarde
d)
puur toeval!
18.

Bekijk het figuur. Welke naam hoort te staan bij nummer III

a)

tropisch maximum

b)

subtropisch maximum

c)

subtropisch minimum

d)

tropisch minimum

19.

Bekijk de zuidwesten wind bij Singapore in juli, dit is een

a)

passaat

b)

moesson

20.
Stijgingsneerslag is:
a)
Neerslag die ontstaat bij opwarming van het aardoppervlak waarbij lucht gaat stijgen en er neerslag ontstaat. 
b)
Neerslag die ontstaat als een warmte en een kou front elkaar tegenkomen. 
c)
Neerslag die ontstaat als lucht omhoog wordt geduwd aan een kant van de berg.