Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Autistisch spectrum

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

autisme is een ontwikkelingsstoornis

a)

waar

b)

niet waar

2.

autisme is een stoornis in de informatie verwerking van:

a)

emotie

b)

inleving

c)

taal

d)

informatie die binnenkomt

3.

Hoeveel vormen van autisme zijn er?

a)

3

b)

4

c)

5

d)

geen, er zijn niveaus van ernst

4.

De 2 voornaamste criteria van Autisme zijn:

a)

moeite met sociaal contact en beperkte gedragspatronen en interesses

b)

Geen inlevingsvermogen en sociaal contact

c)

verlaagde intelligentie en geen vriendschappen kunnen hebben

d)

slechte concentratie en geen inlevingsvermogen

5.

oorzaken van autisme zijn:

a)

genetica

b)

neurologische afwijking (hersenen)

c)

complicaties bij de bevalling

d)

ziekte van moeder tijdens de zwangerschap

6.

belangrijke onderdelen van begeleiding bij mensen met autisme zijn:

a)

vergroten van de zelfstandigheid

b)

vooraf opgestelde plannen met oplossingen aandragen en aanleren

c)

zelfkennis vergroten (psychoeducatie)

d)

afgebakende tijd en ruimte met zo min mogelijk prikkels aan een lege tafel

7.

Hoeveel vaker hebben jongens de diagnose autisme dan meisjes?

a)

1x

b)

2x

c)

3x

d)

4x

8.

30 tot 50% van de mensen met autisme heeft een verstandelijke beperking

a)

waar

b)

niet waar

9.

Centrale coherentie betekent dat je hersenen in staat zijn losse informatie te verwerken tot betekenisvolle gehelen en dat je hoofd- en bijzaken van elkaar kunt scheiden.

a)

dat je hersenen niet in staat zijn om losse informatie te verwerken tot een geheel, waardoor alle details belangrijk zijn

b)

dat je hersenen in staat zijn losse informatie te verwerken tot betekenisvolle gehelen en dat je hoofd- en bijzaken van elkaar kunt scheiden.

c)

dat je hersenen in staat zijn om losse informatie te verwerken tot een geheel, waardoor alle details belangrijk zijn

10.

Gevolgen van gebrekkige executieve functies zijn

a)

moeite hebben om hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden

b)

moeite hebben om gedachten, bedoelingen, gevoelens en ideeën van jezelf en anderen op te merken

c)

moeite hebben om taken te plannen en organiseren