wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederland duurzaam: 3.1 en 3.2

Total questions: 15

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.
Houtsnippers, frituurvet, mest en plantenresten zijn voorbeelden van
a)
Biomassa
b)
Aardwarmte
c)
Fossielen
d)
Groene energie
2.
Steenkool, aardgas en aardolie zijn.......brandstoffen.
a)
Natuurlijk
b)
Groene
c)
Oneindige
d)
Fossiele
3.

Hernieuwbare energiebronnen zijn

a)

Zonne energie en kernenergie

b)

Wind energie en waterkracht

c)

Aardolie en steenkool

d)

Zonne energie en aardgas

4.

Uitputbaar wil zeggen

a)

Dat de energiebronnen niet opraken

b)

Dat de zon de energie opwekt

c)

Dat de energiebronnen opraken

d)

Dat de energie recyclebaar is

5.

Welke is geen fossiele brandstof?

a)

Steenkool

b)

Aardgas

c)

Kernenergie

d)

Aardolie

6.
Andere energiebronnen zoals wind, water en zonne-energie hebben een groter aandeel in de energievoorziening.
a)
juist
b)
fout
7.

Hoe noemen we het vasthouden van warmte op aarde?

a)

broeikas-effect

b)

groeikans-effect

c)

kansspel-effect

d)

broeinest-effect

8.

Welke gevolgen van klimaatverandering horen bij Nederland?

a)

Zeespiegelstijging, hittegolven, regenbuien en stijgende rivieren

b)

Zeespiegelstijging, hittegolven, regenbuien en overstromingen

c)

Stijgende rivieren, zeespiegelstijging, regenbuien en overstromingen

d)

Stijgende rivieren, zeespiegelstijging, overstromingen en hittegolven

9.

Wat is een koolstofkringloop?

a)

Dode vissen --> aardolie --> fossiele brandstoffen

b)

Bomen nemen zuurstof op --> hout voor de openhaard

c)

Water verdampt --> opgenomen in lucht --> zorgt voor regenwater

10.
Wat zijn de twee belangrijkste kernmerken van duurzame energiebronnen?
a)
1. onuitputbaar en goedkoop.
b)
2. uitputbaar en duur.
c)
3. ze raken niet op en vervuilen niet.
d)
4. schoon en uitputbaar.
11.
Waarvoor is fotosynthese een oplossing voor het probleem van het versterkte broeikaseffect?
a)
Kun je als brandstof gebruiken
b)
kooldioxide wordt omgezet in voeding en zuurstof
c)
Heeft Nederland nog genoeg voorraden van
d)
Komt vrij bij de verbranding van aardolie
12.

Op welke drie manieren kan de mens bijdragen aan duurzame ontwikkeling?

a)

energie opwekken door restafval te verbranden

b)

kernenergie gebruiken in plaats van fossiele brandstoffen

c)

meer zonne-energie en windenergie opwekken

d)

minder spullen kopen en minder weggooien

e)

palmolie gebruiken in plaats van aardolie

13.

Welke uitspraken zijn juist?

a)

Zonne-energie is een voorbeeld van een duurzame energiebron.

b)

Het ontwikkelingspeil van China stijgt. Het is daarom te verwachten dat het gebruik van fossiele brandstoffen in China ook stijgt.

c)

Ongeveer de helft van de energie die in Nederland wordt gebruikt, is duurzame energie.

d)

Door het verbranden van hout komt ook CO2 in de lucht.

14.

In het verleden is het klimaat wel vaker veranderd. Wat is bijzonder aan de klimaatverandering die nu plaatsvindt?

a)

De gletsjers in gebergten als de Alpen smelten.

b)

De mens draagt nu ook bij aan de klimaatverandering.

c)

De temperatuur stijgt alleen op gematigde breedte (dus Europa, China en de V.S.). Rond de polen en de evenaar stijgt de temperatuur niet.

d)

De temperatuurstijging is veel groter dan die in het verleden is geweest.

15.

Welke uitspraken zijn juist?

a)

Een auto kopen die zuiniger rijdt, is ook een vorm van energiebesparing.

b)

In Nederland wordt energie opgewekt uit afval.

c)

Windenergie van zee is duurder dan windenergie van land.

d)

Zonne-energie is niet helemaal een betrouwbare energiebron.