wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Politieke partijen

Total questions: 31

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Groepen die strijden voor een beter milieu, noem je...

a)

Actiegroepen

b)

Belangengroepen

c)

Petitie-groepen

2.

In deze fase van, 'het systeemmodel', introduceren burgers hun wensen en ideeën.

a)

Inputfase

b)

Conversiefase

c)

Outputfase

3.

Wat is een vorm van actievoeren?

a)

Het starten van een petitie

b)

Het ondertekenen van een petitie

c)

Protesteren

d)

Alle antwoorden zijn goed

4.

'De overheid moet zich zo weinig mogelijk bemoeien met de burgers, en de economie.' Is dit liberaal of sociaal?

a)

Liberaal

b)

Sociaal

5.

Het 'gelijkheidsideaal', hoort bij...

a)

Liberalen

b)

Sociaaldemocraten

c)

Christendemocraten

d)

Populisten

6.

Welke politieke stroming zet zich vaak af tegen de regerende partijen?

a)

Liberalisme

b)

Sociaaldemocratie

c)

Christendemocratie

d)

Populisme

7.

'De overheid moet zich niet overal mee bemoeien, beslissingen over opvoedingskwesties en geloof moeten aan de samenleving worden overgelaten.' Deze uitspraak past bij...

a)

Liberalisme

b)

Sociaaldemocratie

c)

Christendemocratie

d)

Populisme

8.

'Individuele zelfredzaamheid betekent dat verantwoordelijkheden niet op anderen worden afgeschoven. Eigen verantwoordelijkheid zorgt ervoor, dat mensen vreedzaam kunnen samenleven.' Deze uitspraak past bij...

a)

Liberalisme

b)

Sociaaldemocratie

c)

Populisme

d)

Christendemocratie

9.

'Zondagsrust moet weer worden hersteld. Supermarkten en winkels mogen niet geopend worden op de zondag.' Is dit een progressieve of conservatieve stelling?

a)

Progressief

b)

Conservatief

10.

'De teelt en de verkoop van wiet moet legaal worden.' Is dit een progressieve of conservatieve uitspraak?

a)

Progressief

b)

Conservatief

11.

'De pensioenleeftijd moet teruggebracht worden naar 65 jaar.' Is dit een progressieve of conservatieve uitspraak

a)

Progressief

b)

Conservatief

12.
Hoeveel leden heeft de Tweede Kamer?
a)
125
b)
150
c)
200
d)
175
13.

Kijk naar het plaatje, is deze partij links of rechts?

a)

Links

b)

Rechts

14.

Kijk naar het plaatje, is deze partij links of rechts?

a)

Links

b)

Rechts

15.

Een voorbeeld van een christendemocratische partij is

a)

ChristenUnie

b)

VVD

c)

PVDA

d)

SP

16.
Nederland heeft een..
a)
Directe democratie
b)
Indirecte democratie
17.
Hoe noem je een land waarin mensen op andere mensen stemmen die hen dan vertegenwoordigen? 
a)
Dictatuur
b)
Parlementaire democratie
c)
Vertegenwoordigersland 
18.
Het parlement bestaat uit de leden van de Eerste en Tweede Kamer. 
a)
Juist
b)
Onjuist
19.
Leden van de Eerste Kamer worden gekozen door..
a)
Bevolking
b)
Provinciale Staten
20.
Welke politieke niveaus kennen we in Nederland?
a)
Gemeente, Provincie, Landelijk
b)
Steden, Gemeente, Landelijk
c)
Provincie en Landelijk
d)
Gemeente, Landelijk
21.
Wie beslist in welke meren en rivieren je mag zwemmen?
a)
Gemeenteraad
b)
Badmeester
c)
Provinciale Staten
22.
Wie beslist welke vakken op middelbare scholen gegeven moeten worden? 
a)
Gemeenteraad
b)
Schooldirectie
c)
Tweede Kamer 
23.

Het recht om je verkiesbaar te stellen als volksvertegenwoordiger noem je...

a)

Actief kiesrecht

b)

Passief kiesrecht

24.
Wat is het stelsel van evenredige vertegenwoordiging?
a)
Elke partij krijgt het aantal zetels in verhouding met het totaal aantal uitgebrachte stemmen
b)
Elke partij krijgt een aantal stemmen overeenkomend met het aantal zetels
c)
Voorkeursstemmen gedeeld door de kiesdeler levert zetels op
25.

Een fractie is?

a)

Een groep volksvertegenwoordigers, van dezelfde politieke partij.

b)

Dat zijn de partijen in de Tweede Kamer die niet deelnemen aan het kabinet.

c)

Dat zijn de partijen die met elkaar samenwerken in een kabinet.

26.

Wat is de taak van de informateur?

a)

De informateur is de leider van een fractie

b)

De informateur zoekt uit welke mensen minister of staatssecretaris kunnen worden.

c)

De informateur onderzoekt welke politieke partijen een kabinet kunnen vormen.

27.

Als de onderhandelingen goed verlopen bij de formatie, stelt de informateur een rapport op met de belangrijkste plannen van het nieuwe kabinet. Hoe wordt dit rapport ook wel genoemd?

a)

Verkiezingsprogramma

b)

Regeerakkoord

c)

Kandidatenlijst

28.

Wat hoort niet in dit rijtje thuis?

a)

Censuur

b)

Dictatuur

c)

Indoctrinatie

d)

Vrije verkiezingen

29.

Stefan neemt deel aan de landelijke Tweede Kamerverkiezingen. Als hij wordt gekozen, is hij...

a)

Lid van het parlement

b)

Lid van het kabinet

c)

Lid van de ministerraad

d)

Lid van de Raad van State

30.

Wie zitten in het kabinet?

a)

Koning en ministers

b)

Ministers

c)

Ministers en staatssecretarissen

d)

Ministers, Eerste en Tweede Kamer

31.

De politieke invloed van de koning is...

a)

Groot, want hij benoemt de ministers

b)

Klein, want de minister nemen de besluiten

c)

Te verwaarlozen, want hij heeft alleen representatieve taken