wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Weer en klimaat

Total questions: 33

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.
De afstand van een plaats tot de evenaar.
a)
De afstand van een plaats tot de evenaar.
b)
Geografische breedte
c)
Lengtegraad
d)
Het Köppenklimaten stelsel
2.
De afstand van een plaats tot de nulmeridiaan.
a)
De afstand van een plaats tot de nulmeridiaan.
b)
De afstand van een plaats tot de nulmeridiaan.
c)
Het Köppenklimaten stelsel
d)
Geografische lengte
3.
De kant van het gebergte waar het weinig regent.
a)
De droge kant
b)
De stuwingszijde
c)
Woestijnzijde
d)
Regenschaduw
4.
Het proces waarbij zeewater na verdamping uit zee via wolken, neerslag, grondwater en rivieren weer terug stroomt naar zee.
a)
Waterkringloop
b)
De korte kringloop
c)
Het verdampingsproces
d)
Het verdampingsproces
5.
De breedtecirkel van 0 graden die de aarde verdeelt in een noordelijk en een zuidelijk halfrond
a)
De middellijn
b)
De 0˚ lijn over Greenwich
c)
De 0˚ deellijn
d)
Evenaar
6.
Grote ijspakketten in de bergen, die ontstaan door ophoping van sneeuw.
a)
Gletsjers
b)
IJsbergen
c)
Lawines
d)
IJsschotsen
7.
Regen die ontstaat als het heel warm is en er veel water verdampt en opstijgt.
a)
Stuwingsregen
b)
Stijgingsregen
c)
Frontale regen
d)
Warmtefront
8.
Regen die ontstaat wanneer lucht tegen de bergen aanwaait en gedwongen wordt te stijgen.  
a)
Stijgingsregen
b)
Frontale regen
c)
Moesson
d)
Stuwingsregen
9.
De plek waar de zon recht instraalt en een klein oppervlak verwarmt is de......
a)
Hoge breedte
b)
Lage breedte
10.
Op de lage breedte legt de zon een ..............................weg af dan op hoge breedte
a)
langere
b)
kortere
11.
Hoe hoger hoe kouder! Je staat in een dal en het is 13 graden. Je maakt een flinke wandeling en je stijgt naar 1500 meter. Hoeveel graden is het daar. 
a)
4 graden
b)
6 graden
c)
8 graden
d)
-3 graden
12.
Bekijk de afbeelding: Hoe heet de rode lijn?
a)
De evenaar
b)
De nul meridiaan 
c)
De 0 breedte graad
d)
De noord- zuid lijn
13.
In december staat de zon het hoogst boven de.......
a)
Kreeftskeerkring
b)
Steenbokskeerkring
c)
Evenaar
d)
Noordelijk halfrond 
14.
De keerkring op 23,5 graden noorden breedte heet. 
a)
Kreeftskeerkring
b)
Steenbokskeerkring
c)
Evenaar
d)
Nul meridiaan
15.
Hoe wordt een lijn genoemd met dezelfde luchtdruk?
a)
huh?
b)
isotherm
c)
isobaar
d)
isothoop
16.
Met welke schaal wordt de windkracht gemeten?
a)
Schaal van Richter
b)
Schaal van Ballot
c)
Schaal van Newton
d)
Schaal van Beaufort
17.
Als de isobaren op een weerkaart dicht bijelkeaar liggen is er sprake van......
a)
een probleem
b)
een storm
c)
een windstilte
d)
chaos
18.
Dalende lucht is.......?
a)
koude lucht
b)
droge lucht
c)
warme lucht
d)
vochtige lucht
19.
Wat is geen broeikasgas?
a)
CO2
b)
CH4
c)
H20
d)
S02
20.

Welke breedte ligging is deze foto gemaakt?

a)

Lage breedte

b)

Hoge breedte

21.

Op welke breedte ligging is deze foto gemaakt?

a)

Lage breedte

b)

Hoge breedte

22.

Op welke breedte ligging is deze foto gemaakt?

a)

Lage breedte

b)

Hoge breedte

23.

Door welke twee factoren word de temperatuur bepaald?

a)

Breedteligging en hoogteligging

b)

Breedteligging en lengteligging

c)

Lengteligging en breedteligging

d)

lengteligging en hoogteligging

24.
Welke aanvulling van de definitie is juist?
Wind is een luchtverplaatsing van
a)
het noorden naar het zuiden
b)
het zuiden naar het noorden
c)
van een lagedrukgebied naar een hogedrukgebied
d)
van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied
25.
Wanneer je op het noordelijk halfrond met de wind in je rug staat, dan heeft de wind een afwijking naar:
a)
rechts
b)
links
26.
De wet van Buys Ballot is een gevolg van:
a)
de draaiing van de aarde
b)
de bolvorm van de aarde
c)
een combinatie van de draaiing en de bolvorm van de aarde
d)
puur toeval!
27.
De wet van Buys Ballot geeft een verklaring voor:
a)
afwijkende neerslagpatronen
b)
afwijkende windrichtingen
c)
afwijkende drukgebieden
d)
afwijkende antwoorden
28.
Hoe worden de winden genoemd die in de tropen naar de evenaar waaien?
a)
westenwinden
b)
moessons
c)
passaten
d)
oostenwinden
29.
Waarvoor staat ITCZ?
a)
Intertropische concentratiezone
b)
Intertropische convergentiezone
c)
Intertropische conclusiezone
d)
Geen flauw idee!
30.
De ITCZ bestaat uit een zone van:
a)
lage druk
b)
hoge druk
31.
Moessons zijn:
a)
omgebogen passaten
b)
omgebogen poolwinden
c)
omgebogen westenwinden
d)
omgebogen oostelijke winden
32.
De zon staat nooit loodrecht op een keerkring
a)
Waar
b)
Niet waar
33.

Welk gas zit het meeste in lucht?

a)

Zuurstof

b)

Koolstofdioxide

c)

Stikstof