wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Gaschromatografie

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

De opbouw van een gaschromatograaf ziet er vereenvoudigd als volgt uit:

a)

flowmeter-injector-detector-kolom-verwerking

b)

flowmeter-injector-kolom-verwerking-detector

c)

flowmeter-injector-kolom-detector-verwerking

d)

flowmeter-detector-kolom-injector-verwerking

2.

Veel gebruikte gassen bij gaschromatografie zijn?

a)

H2 CO2 O2

b)

H2 He O2

c)

H2 He CO2

d)

H2 He N2

3.

Welke injector wordt toegepast, hangt vooral af van:

a)

concentraties en draaggas

b)

type kolom en concentraties

c)

type kolom en oven

d)

oven en draaggas

4.

Welke bewering is juist?

De verblijftijd in de ... is voor iedere component hetzelfde.

a)

stationaire fase

b)

mobiele fase

c)

mobiele + stationaire fase

d)

stationaire - mobiele fase

5.

Welke eigenschap van de stationaire fase is het meest belangrijk?

a)

Kookpunt

b)

Polariteit

c)

Waterstofbruggen

d)

Smeltpunt

6.

Rangschik de volgende typen stationaire fasen naar volgorde van toenemende polariteit: fenylgroepen, C-18, methylgroepen, polyethyleenglycol.

a)

C-18 - - methylgoep - - fenylgroep - - PEG

b)

PEG - - C-18 - - methylgoep - - fenylgroep

c)

PEG - - methylgoep - - C-18 - - - - fenylgroep

d)

PEG - - fenylgroep - - methylgoep - - C-18

7.

"HETP" wil zeggen:

a)

theoretisch aantal schotels

b)

snelheid draaggas met de hoogste efficiëntie

c)

theoretische schotelhoogte

d)

praktisch aantal schotels

8.

Waarom gebruikt men vaak een "temperatuurprogramma" bij GC?

a)

Om minder vluchtige componenten sneller te elueren.

b)

Om laagkokende componenten eerder (sneller) te elueren.

c)

Om het schotelgetal te vergroten.

d)

Om de schotelhoogte te vergroten.

9.

Kalibratie met een externe standaard wordt bij GC niet veel toegepast. Waarom niet?

a)

Er zijn te veel kalibratiecurves nodig

b)

Het piekoppervlak is niet evenredig met de concentratie.

c)

Het is moeilijk om steeds een gelijk volume te injecteren.

d)

In de standaarden heb je een andere matrix.

10.

Wat is ook al weer de belangrijkste eis voor gebruik van een interne standaard?

a)

De IS mag niet al in het monster voor komen.

b)

De IS moet ook in het monster al aanwezig zijn.

c)

De detector mag de IS niet detecteren.

d)

Je moet steeds hetzelfde volume injecteren

11.

Welk voordeel heeft de capillaire kolom boven de gepakte?

a)

Je hoeft geen kolommen meer te vullen.

b)

Ze kunnen een groter monstervolume verwerken.

c)

Capillair heeft een veel hoger scheidend vermogen (veel meer schotels).

d)

De analyse is gemakkelijker automatiseerbaar

12.

Een chromatografische scheiding werkt vlot en efficiënt voor een mengsel als het chromatogram het volgende laat zien:

a)

smalle pieken heel ver van elkaar

b)

smalle pieken dicht bij elkaar

c)

brede pieken dicht bij elkaar

d)

brede pieken ver van elkaar

13.

Voor iedere GC-detector geldt dat de volgende eigenschappen belangrijk zijn:

a)

stabiliteit, gevoeligheid, lineariteit

b)

stabiliteit, gevoeligheid, temperatuur

c)

stabiliteit, zuurstofgevoeligheid, lineariteit

d)

halogeengevoeligheid, gevoeligheid, lineariteit

14.

We passen gelfiltratie toe op drie suikers: glucose (C6H12O6), raffinose (C18H32O16) en sucrose (C11H22O11). In welke volgorde worden zij geëlueerd?

a)

sucrose, glucose, raffinose,

b)

raffinose, glucose, sucrose,

c)

raffinose, sucrose, glucose

d)

glucose, sucrose, raffinose

15.

Een mengsel van NaCl, CuCl2 en AlCl3 wordt over een kationenwisselaar (in zure vorm) geëlueerd. In welke volgorde komen de ionen uit de kolom?

a)

Cl- -- Na+ -- Cu2+ -- Al3+

b)

Na+ -- Cu2+ -- Al3+ -- Cl-

c)

Al3+ -- Cu2+ -- Na+-- Cl-

d)

Na+ -- Cu2+ -- Cl- -- Al3+