Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

M2 H1 Ontwikkeling Herhaling

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Welvaart is...:

a)

De rijkdom van een land op basis van hoe gezond men daar is.

b)

De rijkdom van een land op basis van wat er verdiend wordt.

c)

De rijkdom van een land op basis van hoe goed het land voetbalt.

d)

De rijkdom van een land op basis van hoeveel inkomsten er in de visserij en scheepsvaart verdiend wordt.

2.

De welvaart van een land kan je bereken door:

a)

inkomsten van een landinwoners van een land\frac{\text{inkomsten van een land}}{\text{inwoners van een land}}

b)

inwoners van een landinkomsten van een land\frac{\text{inwoners van een land}}{\text{inkomsten van een land}}

c)

inkomsten van een land×inwoners van een landinkomsten\ van\ een\ land\times inwoners\ van\ een\ land

3.

De welvaart wordt uitgedrukt in het...:

a)

Bruto Nationaal Product per land

b)

Bruto Nationaal Product per Nederlander

c)

Bruto Nationaal Product per inwoner

d)

Bruto Nationaal Product per gezinshoofd

4.

Gebruik bovenstaande foto.

Welke landen vallen onder de categorie semi-periferie?

a)

Brazilië, Rusland en Groenland

b)

Australië, Brazilië, Canada en India

c)

Nederland, China en de Verenigde Staten

d)

India, Brazilië, Rusland en China

5.

Gebruik bovenstaande afbeelding.

Welke sector van de beroepsbevolking overheerst in de centrumlanden?

a)

Informele sector

b)

Primaire sector

c)

Secundaire sector

d)

Tertiaire sector

6.

Bekijk bovenstaande afbeelding.

Deze mensen uit Myanmar zijn afhankelijk van de inkomsten uit de...:

a)

Informele sector

b)

Formele sector

7.

De categorie van de armste landen van de wereld in het wereldsysteem vallen onder...:

a)

Het centrum

b)

Het semi-centrum

c)

De semi-periferie

d)

De periferie

8.

Waarom is het inkomen niet altijd een geschikt meetinstrument voor armoede in landen?

a)

In het ene land is de koopkracht anders dan in het andere land.

b)

Ieder land heeft geld en inkomen dus geen een land is arm.

c)

De koopkracht is in ieder land hetzelfde, maar elk land verschilt in inkomen.

9.

Welke factor(en) bekijken we als we de levensomstandigheden van een land bekijken?

a)

Levensverwachting

b)

Bevolkingsdichtheid

c)

Alfabetiseringsgraad

d)

Koopkracht

e)

Sociale ongelijkheid

10.

Waarom is de armoedegrens van een land van belang?

a)

De armoedegrens wordt gebruikt om het minimumloon van elk land $1,25 te houden.

b)

Het BNP/hoofd zegt iets over de welvaart van een land, maar niet per gezin. Hiervoor is de armoedegrens.

c)

De armoedegrens is er om de hoeveelheid armen in een land te beperken.

11.

Welk verschijnsel is hieronder beschreven?

Een onderlinge ongelijkheid in een land van het bruto regionaal product.

a)

Sociale ongelijkheid

b)

Regionale ongelijkheid

c)

Vestigingsplaatsfactor

d)

Informele sector

e)

Beroepsbevolking

12.

Wat is export?

a)

Verkoop van goederen en diensten aan het buitenland.

b)

Verkoop van goederen en diensten aan binnenlandse regio's.

c)

Invoer van goederen en diensten vanuit het buitenland.

d)

Invoer van goederen en diensten vanuit binnenlandse regio's.

13.

Bekijk bovenstaande afbeelding.

Op de afbeelding is een goed voorbeeld te zien van een:

a)

Handelsbelemmering

b)

Havengebied

c)

Mainport

d)

Handelsbalans

14.

Wat is een handelsbalans?

a)

Een balans dat laat zien voor hoeveel geld een land goederen en diensten uitvoert en invoert.

b)

Een balans dat laat zien voor hoeveel geld een land goederen en diensten uitvoert.

c)

Een balans dat laat zien voor hoeveel geld een land goederen en diensten invoert.

d)

Een weegschaal dat uitrekent hoeveel geld een land verdiend en uitgeeft aan invoer en uitvoer.

15.

Bekijk bovenstaande afbeelding.

EXTRA: Welk verband kun je trekken tussen de kleur en de inkomsten van een land?

a)

Hoe lichter de kleur van een land, hoe hoger het inkomen van een land naar koopkracht.

b)

Hoe lichter de kleur van een land, hoe lager de levensomstandigheden van het land.

c)

Hoe donkerder de kleur van een land, hoe lager de levensomstandigheden van het land.

d)

Hoe donkerder de kleur van een land, hoe hoger het inkomen van een land naar koopkracht.

16.

EXTRA: Welke relatie is er tussen hoe ontwikkeld een land is en het aantal mensen dat in de landbouw werkt?

a)

Hoe rijker een land is, hoe meer mensen er in de landbouw werken.

b)

Hoe armer een land is, hoe meer mensen er in de landbouw werken.

c)

Hoe rijker een land is, hoe meer landbouwoogst er mislukt.

d)

Hoe armer een land is, hoe meer landbouwproducten er geïmporteerd worden.

17.

EXTRA: Wat is beter voor de economie van een land (denk aan winst)?

a)

Een positieve handelsbalans

b)

Een negatieve handelsbalans

c)

Meer export dan import

d)

Meer import dan export