wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 2 Planten

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Wat gebeurt er met de zaadlobben van een bruine boon tijdens de kieming en de eerste groei?

a)

De zaadlobben groeien uit tot het tweede paar bladeren

b)

De zaadlobben groeien uit tot kiemplantjes

c)

De zaadlobben nemen water op en barsten open

d)

de zaadlobben verschrompelen en vallen af

2.

In deze afbeelding zie je twee stadia uit de levenscyclus van een boonplant. Welke van deze planten stelt een volwassen boonplant voor?

a)

Geen van beide planten

b)

Alleen plant 1

c)

Alleen plant 2

d)

Beide planten

3.

Bij welk van de bovenstaande nummers heeft de boom het hardst gegroeid?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

4.

Welk deel van de stam is het oudst?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

5.

Wat is het nut van de twee zaadlobben tijdens de groei van de kiemplant?

a)

Deze beschermen de bruine boon tegen uitdroging

b)

Deze vormen het nieuwe zaad

c)

Deze dienen als reservevoedsel

d)

Deze worden gebruikt voor de fotosynthese

6.

Bij welk nummer heeft de boom lange tijd last gehad van extreme droogte? 1

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

7.

Met behulp van welk deel neemt de boon water op?

a)

Zaadhuid

b)

Navel

c)

Poortje

d)

Zaadlobben

8.

Hoe komen kruidachtige stengels aan hun stevigheid?

a)

Door hout

b)

Door kruiden

c)

Door water

d)

Door zwaartekracht

9.

Komen in alle delen van een plant vaten voor?

a)

Ja

b)

Nee, alleen in de stengels

c)

Nee, alleen in de stengels en bladeren

d)

Nee, alleen in de wortels en stengels

10.

In de afbeelding is een stengel van een plant getekend, enkele delen zijn genummerd. Welk nummer geeft een bladoksel aan?

a)

Nummer 1

b)

Nummer 4

c)

Nummer 3

11.

Welk van genummerde delen kan het volgende jaar uitgroeien tot een nieuw stuk stengel met bladeren (en bloemen).

a)

Alleen deel 1

b)

Alleen deel 2 en deel 3

c)

Zowel deel 1, deel 2 als deel 3

12.

Hoe heet deel 2?

a)

Bladmoes

b)

Bladsteel

c)

Zijnerf

d)

Bladskelet

13.

Hoe heet deel 4?

a)

Zijnerf

b)

Bladsteel

c)

Hoofdnerf

d)

Bladmoes

14.

Wat zijn de functies van wortelharen? (2 antwoorden)

a)

Doet aan fotosynthese

b)

Vergroot het oppervlak van de wortel

c)

Het opnemen van water

d)

Het maken van suikers

15.

Welke van deze twee planten groeit in een droog milieu?

a)

Plant 1

b)

Plant 2

c)

Allebei

d)

Geen van beide

16.

Welke stoffen heeft een plant nodig om fotosynthese te laten plaatsvinden?

a)

Glucose en koolstofdioxide

b)

Glucose en zuurstof

c)

Water en koolstofdioxide

d)

Water en zuurstof

17.

In deze afbeelding zie je een kas met planten, op welk moment van de dag zal de hoeveelheid zuurstof in de kas het grootst zijn?

a)

Er is altijd ongeveer evenveel zuurstof aanwezig

b)

Aan het begin van de ochtend is de hoeveelheid zuurstof het grootst

c)

Midden op de dag is de hoeveelheid zuurstof het grootst

d)

Aan het einde van de dag is de hoeveelheid zuurstof het grootst

18.

Hoe komt een plant die op het land groeit aan water? en hoe aan koolstofdioxide?

a)

Water wordt uit de bodem opgenomen, koolstofdioxide uit de lucht

b)

Water wordt uit de lucht opgenomen, koolstofdioxide uit de bodem

c)

Water en koolstofdioxide worden beide uit de bodem opgenomen

d)

Water en koolstofdioxide worden beide uit de lucht opgenomen

19.

Water + 1 + licht = 2 + zuurstof

Wat moet worden ingevuld bij 1? en wat bij 2?

a)

1=Glucose, 2=Voedingsstoffen

b)

1=koolstofdioxide, 2=glucose

c)

1=voedingsstoffen, 2=glucose

d)

1=voedingsstoffen, 2=koolstofdioxide

20.

Hoe heet onderdeel 5

a)

Bladmoes

b)

Bladskelet

c)

Bladstengel

d)

Hoofdnerf