wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

6.2 De Gouden Eeuw van Nederland

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Wat is dit gebouw?

a)

Het stadhouderlijk paleis op de Dam

b)

Het gebouw van de Staten-Generaal

c)

De Amsterdamse beurs

d)

Het stadhuis van de stad Amsterdam

2.

Wat maakte de Republiek politiek gezien niet bijzonder?

a)

Er was geen democratie

b)

Burgers waren machtig

c)

Er was geen koning

d)

De Republiek kende een federaal bestuur

3.

Wat was geen zogenaamd generaliteitsland?

a)

Brabant

b)

Vlaanderen

c)

Limburg

d)

Overijssel

4.

Wat past niet bij de gewestelijke Statenvergaderingen?

a)

Hier zaten regenten in

b)

Leden van de Staten werden door de burgers gekozen

c)

Steden en adel zijn vertegenwoordigd

d)

In Holland waren burgers de baas

5.

De Republiek was feitelijk een:

a)

monarchie

b)

oligarchie

c)

aristocratie

d)

democratie

6.

Welke bewering over regenten is onjuist?

a)

Regenten vormden een kleine groep

b)

Regenten benoemden elkaar

c)

In de 17de eeuw waren regenten via familiebanden verbonden met de handel

d)

Regenten waren grotendeels van adellijke afkomst

7.

Wat was geen taak of bevoegdheid van de stadhouder?

a)

Opperbevelhebber leger en vloot

b)

Toezicht op rechtspraak

c)

Nemen van grote economische besluiten

d)

Invloed op benoeming regenten

8.

Welke bewering over de functie van stadhouder is niet juist?

a)

Willem III werd in 1689 zelfs koning van Frankrijk

b)

Hij werd benoemd door de Staten

c)

De functie werd erfelijk

d)

Stadhouders kregen soms vorstelijke neigingen

9.

In welk jaar viel de stad Antwerpen?

a)

1572

b)

1585

c)

1596

d)

1648

10.

Wat past niet bij de Nederlandse handel uit de Gouden Eeuw?

a)

De meeste rijkdom kwam uit Azië en Amerika

b)

De handel werd gestimuleerd door vluchtelingen uit het zuiden

c)

Graan uit Noord-Europa was erg belangrijk

d)

Goederen uit de hele wereld werden naar de Republiek gebracht

e)

Amsterdam was een stapelmarkt

11.

Welke nijverheid werd in Leiden vooral verricht?

a)

Bier brouwen

b)

Steenbakkerijen

c)

Potten bakken

d)

Textielnijverheid

12.

Welk type landbouw bestond in Holland?

a)

Zelfvoorzienende landbouw

b)

Graanverbouw

c)

Commerciële landbouw voor de handel

d)

Er bestond geen landbouw in Holland

13.

Wat was geen 17de-eeuwse schilder?

a)

Van Gogh

b)

Rembrandt

c)

Vermeer

d)

Steen

e)

Hals

14.

Wat was er zo bijzonder aan de kopers van kunst in de Republiek?

a)

Het waren vooral rijke edelen

b)

Het waren vooral rijke geestelijken

c)

Het waren vooral rijke vorsten

d)

Het waren vooral rijke burgers

15.

Wat past niet bij de religieuze situatie in de Republiek?

a)

Gewetensvrijheid

b)

De gereformeerde godsdienst was het belangrijkst

c)

Over het algemeen was er tolerantie

d)

Joden in Amsterdam mochten geen synagoge bouwen

16.

Wie heeft dit geschilderd?

a)

Jan Steen

b)

Johannes Vermeer

c)

Frans Hals

d)

Rembrandt van Rijn

17.

Wie schilderde dit portret?

a)

Jan Steen

b)

Johannes Vermeer

c)

Frans Hals

d)

Rembrandt van Rijn

18.

Wie maakte dit prachtige schilderij?

a)

Jan Steen

b)

Johannes Vermeer

c)

Frans Hals

d)

Rembrandt van Rijn

19.

Wie schilderde 'Het Joodse Bruidje'?

a)

Jan Steen

b)

Johannes Vermeer

c)

Frans Hals

d)

Rembrandt van Rijn

20.

Dit is een huishouden van: ......... ?

a)

Jan Steen

b)

Johannes Vermeer

c)

Frans Hals

d)

Rembrandt van Rijn