wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 5 werkt dat zo

Total questions: 25

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

hoe heet dat wanneer je minder dan 36 uur per week werkt?

a)

een voltijdbaan

b)

een flexibele baan

c)

een tijdelijke baan

d)

een deeltijdbaan

2.

wanneer heb je een voltijdbaan?

a)

als je per week meer dan 32 uur werkt

b)

als je per week meer dan 36 uur werkt

c)

als je per week meer dan 38 uur werkt

d)

als je per week meer dan 30 uur werkt

3.

wat is een werkgever?

a)

Iemand die een of meer mensen in loondienst heeft

b)

Iemand die in dienst van een baas betaald werk doet

4.

wat is een werknemer?

a)

iemand die in dienst van een baas betaald werk doet

b)

iemand die een of meer mensen in loondienst heeft

5.

wat is een arbeidsovereenkomst?

a)

Een afspraak dat een werknemer in loondienst komt werken bij een werkgever

b)

De afspraak dat je ten alle tijde kunt opzeggen als het werk je niet bevalt

c)

Een afspraak over het salaris dat je gaat verdienen

d)

De afspraak dat je alleen met zwarte sokken aan op het werk mag komen

6.

wat is een vaste baan?

a)

Een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, dus zonder einddatum

b)

Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, dus met einddatum

7.

wat is een tijdelijke baan?

a)

Werk voor een onbepaalde tijd, niet tot een afgesproken einddatum

b)

Werk voor een bepaalde tijd, tot een afgesproken einddatum

8.

waar staat CAO voor?

a)

Commerciële arbeidsorganisatie. Hierin staan de regels over het werken in de commerciële beroepen

b)

Collectieve arbeidersonderwijs. Hierin staan de voorwaarden over scholing.

c)

Collectieve arbeidsovereenkomst. Hierin staan de gezamenlijke afspraken over de arbeidsvoorwaarden in een bedrijfstak

d)

Commerciële aandeelhoudersorganisatie. Een vakbond voor mensen met aandelen van een bedrijf.

9.

wat is het brutoloon?

a)

Het loon dat je met je werkgever hebt afgesproken en waarop nog niets is ingehouden

b)

Het loon dat je met je werkgever hebt afgesproken en waarop de inhoudingen afgehaald zijn

10.

wat is het nettoloon?

a)

Het loon dat je ontvangt en waar de inhoudingen al van afgehaald zijn

b)

Het loon dat je met je werkgever hebt afgesproken en waarop nog niets is ingehouden

11.

wat is altijd meer, het brutoloon of het nettoloon?

a)

brutoloon

b)

nettoloon

12.

wat is de arbowet?

a)

Wet met regels voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden

b)

Wet met regels voor werk- en rusttijden

c)

Wet met regels over voorrang in het verkeer

d)

Wet met regels over het aantal mensen die tegelijk in een bedrijf mogen werken

13.

wat is de arbeidstijdenwet?

a)

Wet met regels voor werk- en rusttijden

b)

Wet met regels over veilig werken

14.

Alle arbeidsplaatsen bij bedrijven en de overheid is ... arbeid

a)

de vraag naar

b)

het aanbod van

15.

Werkloosheid als gevolg van een daling van de vraag naar goederen en diensten door vermindering van koopkracht.

a)

Seizoenswerkloosheid

b)

Frictiewerkloosheid

c)

Conjuncturele werkloosheid

d)

Structurele werkloosheid

16.

Bij een eenmanszaak kan personeel in dienst zijn

a)

waar

b)

niet waar

17.

Bij een BV kan iedereen aandelen kopen

a)

waar

b)

niet waar

18.

Werk dat niet door het CBS wordt geregistreerd, zoals vrijwilligerswerk

a)

Formele sector

b)

Informele sector

19.

Werkloosheid als gevolg van veranderingen in de aanbodkant van de economie

a)

Conjuncturele werkloosheid

b)

Structurele werkloosheid

c)

Frictiewerkloosheid

d)

Regionale werkloosheid

20.

Groep gelijksoortige bedrijven, zoals de horeca, de bouw, de gezondheidszorg, het onderwijs

a)

Bedrijfskolom

b)

CAO

c)

Organigram

d)

Bedrijfstak

21.

Iemand in de zorg heeft dezelfde CAO als iemand in de bouw.

a)

Juist

b)

Onjuist

22.

Een eenmanszaak betaalt vennootschapsbelasting

a)

Juist

b)

Onjuist

23.

De beroepsbevolking is de vraag naar arbeid

a)

Juist

b)

Onjuist

24.

Iedereen die werkloos raakt, heeft recht op een WW-uitkering

a)

Juist

b)

Onjuist

25.

In de formele sector betaal je belasting

a)

Juist

b)

Onjuist