wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ik stel me voor

Total questions: 45

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.

Antwoord : Hoe heet je?

a)

Ik ben Wim Mertens.

b)

Ik heet Wim Mertens.

c)

Ik spreek Frans.

d)

Ik woon in Bergen.

2.

Wat is je achternaam?

a)

Mijn achternaam is Janssens.

b)

Mijn voornaam is Wouter.

c)

Ik woon in Bergen.

d)

Ik spreek Frans.

3.

Antwoord : Waar ligt dat?

a)

Ik woon in Bergen.

b)

Ik spreek Frans thuis.

c)

In de provincie Henegouwen.

d)

Mijn moeder is secretaresse.

4.

Welke vraag is correct?

a)

Wat is je adresse?

b)

Wat is je addresse?

c)

Wat is je adres?

d)

Wat is je adress?

5.

Antwoord : Waar kom je vandaan?

a)

Ik woon uit België.

b)

Ik woon in België.

c)

Ik kom van Bergen.

d)

Ik kom uit België.

6.

Antwoord : Wat is je nationaliteit?

a)

Ik ben Belgische.

b)

Ik ben België.

c)

Ik ben Belgishe.

d)

Ik ben belg.

7.

Antwoord : Hoe oud ben je?

a)

Ik ben vijftien jaar oud.

b)

Ik heb vijftien jaar oud.

c)

Ik ben viftien jaar oud.

d)

Ik heb viftien jaar oud.

8.

Antwoord : Wanneer ben je jarig?

a)

Ik heb op dertig september jarig.

b)

Ik ben op dertig september jarig.

c)

Ik heb in dertig september jarig.

d)

Ik ben in dertig september jarig.

9.

Antwoord : Heb je broers en zussen?

a)

Ja, ik ben enig kind.

b)

Nee, ik ben enig kind.

c)

Ja, ik heb een broer.

d)

Nee, ik heb een zus.

10.

Antwoord : Waar ga je naar school?

a)

Ik ga naar "de school van de toekomst".

b)

Ik ga met de bus naar school.

c)

Ik ga naar school met de bus.

d)

Ik ga met "de school van de toekomst".

11.

Antwoord : In welke klas zit je?

a)

Er zijn 25 leerlingen in mijn klas.

b)

Mijn leraar heet Meneer Labar.

c)

Ik zit in 3G4.

d)

Ik leer Nederlands op school.

12.
12
a)
twelf
b)
twelfe
c)
twalf
d)
twaalf
13.
72
a)
zevenentwee
b)
tweeenzeventig
c)
tweeenzeven
d)
tweeënzeventig
14.
100
a)
honderd
b)
hondert
c)
hondred
d)
hondret
15.

Klik op het correcte antwoord.

a)

Het schrift is groen.

b)

Het schrift is blauw.

c)

Het schrift is geel.

d)

Het schrift is paars.

16.

Klik op het correcte antwoord.

a)

De slijper is blauw.

b)

Het schrift is groen.

c)

De slijper is groen.

d)

De map is groen.

17.

Klik op het correcte antwoord.

a)

De knipknip is roze.

b)

De potloden zijn roze.

c)

Het blad papier is roze.

d)

De schaar is roze.

18.

Klik op het correcte antwoord.

a)

Dat is een potlood.

b)

Dat is een gele balpen.

19.

Klik op het correcte antwoord.

a)

Het boek is blauw.

b)

Het boek is rood.

c)

Het boek is groen.

d)

Het boek is paars.

20.

Klik op het correcte antwoord.

a)

Het schrift is paars.

b)

Het boek is geel.

c)

De ringmap is paard.

d)

De ringmap is paars.

21.

Klik op het correcte antwoord.

a)

Het schrift is paars.

b)

Het boek is geel.

c)

De ringmap is paard.

d)

De ringmap is paars.

22.

Klik op het correcte antwoord.

a)

Dat is een rode vulpen.

b)

Dat is een blauwe balpen.

c)

Dat is een zwarte balpen.

d)

Dat is geen balpen.

23.

Klik op het correcte antwoord.

a)

Dat is een oranje pennenzak met drie potloden.

b)

De pennenzak is geel en de potloden zijn blauw.

c)

De pennenzak is blauw.

d)

Dat is een oranje pennenzak met twee blauwe kleurpotloden.

24.

Klik op het correcte antwoord.

a)

zeven kleurpotloden

b)

zes kleurpotloden

c)

zeven potloden

d)

potloden

25.

Welk vak is dit?

a)

Geschiedenis

b)

Wiskunde

c)

Aardrijkskunde

d)

Engels

26.

Welk vak is "lichamelijke opvoeding"

a)
b)
c)
d)
27.

Welke zin is NIET juist?

a)

Steek je vinger op.

b)

Je moet je vinger opsteken.

c)

Ik steek mijn vinger op.

d)

Ik opsteek mijn vinger.

28.

De school begint (a)   8.30 uur.

29.

Wat is haar beroep?

a)

leraar

b)

leerling

c)

lerares

d)

vrouw

30.

Wat draagt ze?

a)

Een jurk

b)

Een rok

c)

Een hemd

d)

Een robe

31.

Welke kleur is paars?

a)
b)
c)
d)
32.

Wat is dit?

a)

een geele hemd

b)

het geel hemd

c)

een gele hemd

d)

een geel hemd

33.
a)

Een zwembroek

b)

Een zwempak

c)

Een beha

d)

Een badslip

34.

Een laars, twee...

(a)  

35.

Welke kleur is dit?

a)

groen

b)

rood

c)

oranje

d)

blauw

36.

Welke kleur is dit?

a)

groen

b)

geel

c)

oranje

d)

roos

37.

Welke kleur is dit?

a)

bruin

b)

groen

c)

oranje

d)

geel

38.

Welke kleur is dit?

a)

zwart

b)

bruin

c)

grijs

d)

wit

39.

Welke kleur is dit?

a)

groen

b)

blauw

c)

zwart

d)

grijs

40.
Wat is dit?
a)
het ontbijt
b)
de lunch
c)
het vieruurtje
d)
het diner
41.

Wat zie jij?

a)

Het bliksemt.

b)

Het dondert.

c)

Het is bewolkt.

d)

Het is zonnig.

42.

Wat zie jij?

a)

Het sneeuwt.

b)

Er is veel wind.

c)

Het bliksemt.

d)

Het is bewolkt.

43.

Welk seizoen past bij deze foto?

a)

de lente

b)

de zomer

c)

de winter

d)

de herfst

44.

Wat zie jij?

a)

een sjaal

b)

een zonnebril

c)

een paraplu

d)

een zomerjas

45.

Wat zie jij?

a)

een sjaal

b)

een zonnebril

c)

een paraplu

d)

een zomerjas