wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Christendom 4V

Total questions: 33

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent het woord Messias?

a)

De gezalfde

b)

De gekroonde

c)

De uitverkorene

d)

De beste

2.

Op wiens voorstel werd Jezus tot de kruisdood veroordeeld?

a)

De Romeinse gouverneur

b)

De Joodse Hogepriesters

c)

Judas

3.

Wie voelden zich in eerste instantie niet aangetrokken tot het christelijke geloof?

a)

Vrouwen

b)

Armen

c)

Slaven

d)

Senatoren

4.

Wie was de eerste christelijke keizer in het Romeinse Rijk?

a)

Augustus

b)

Trajanus

c)

Constantijn

d)

Theodosius

5.

Wanneer wordt het christendom staatsgodsdienst in het Romeinse Rijk?

a)

132 v. chr.

b)

47 na chr.

c)

394 na chr.

d)

476 na chr.

6.

Lees de bron. Wordt het christelijke geloof in de bron toegestaan of juist verboden?


Evenmin diende de oude religie door een nieuwe aan kritiek blootgesteld te worden. Want het is een zeer ernstig misdrijf opnieuw ter discussie te stellen wat eenmaal door de Ouden vastgesteld en bepaald is en nu zijn eigen plaats bezit en zijn eigen loop heeft. Daarom willen wij dat deze nietswaardige mensen in hun kwalijke overtuiging gestraft worden. We hebben gehoord dat zij deze wereld zijn binnengekomen en hier vele misdaden begaan. Zij storen namelijk de mensen in hun rust. Wij verkondigen dat dezen samen met hun afschuwelijke geschriften aan een zware straf onderworpen worden: laten zij door het laaiend vuur verbrand worden.


Naar: Diocletianus en Maximianus, 302 n.Chr.

a)

Toegestaan

b)

Verboden

7.

Bekijk het kaartje. Welke plekken werden het eerst christelijk?

a)

De gebieden die aan zee liggen

b)

De gebieden waar een kerk stond

c)

Het platteland

8.

Het christendom was voor veel mensen een aantrekkelijk geloof. Welke reden klopt niet?

a)

Belofte van een beter leven na de dood in de hemel

b)

De boodschap van naastenliefde

c)

De boodschap van gelijkheid

d)

Belofte op een inkomen wanneer je christelijk werd

9.
Hoe heet deze jonge keizer, die ervoor zorgde dat de christenen vrij mochten geloven in het Romeinse Rijk?
a)
Vespasianus
b)
Constantijn
c)
Theodosius
d)
Byzantium
10.
Wat is een concilie?
a)
een kerkconcert
b)
een arena
c)
een kerkelijk feest
d)
een vergadering van kerkleiders
11.
Waar werd dit bedacht?
a)
Rome
b)
Nicea
c)

Jeruzalem

d)
Amsterdam
12.
Wat is waar?
a)
Keizer Constantijn werd al jong gedoopt! Zijn moeder was christen.
b)
Keizer Constantijn werd vlak voor zijn dood gedoopt.
c)
Keizer Constantijn werd nooit gedoopt.
13.
Wat betekende keizer Theodosius voor de christenen?
a)
De vervolging werd heel hevig.
b)
Christendom werd een staatsgodsdienst.
c)
Christenen mochten rustig hun eigen gang gaan.
14.

Hoe was volgens Luther de zondige mens te redden?

a)

Goed leven en gehoorzamen aan de kerk

b)

Door oprecht te geloven

c)

Door bemiddeling van een geestelijke

d)

Door het kopen van een aflaat

15.

Welke paus bepaalde dat men aflaten kon kopen voor de bouw van de Sint Pieter?

a)

Pius X

b)

Benedictus X

c)

Leo X

d)

Dominicus X

16.

Wat deed de paus met Luther?

a)

Hij arresteerde hem

b)

Hij zette hem uit de kerk

c)

Hij veroordeelde hem ter dood

d)

Hij walgde van hem

17.

Wat past niet bij het protestantisme?

a)

dominees

b)

bijbelstudie

c)

soberheid

d)

kloosters

18.

Hoe overleefde Luther uiteindelijk?

a)

Door te vluchten naar de Nederlanden

b)

Hij zocht onderdak bij de vorst van Saksen

c)

Hij vluchtte naar Engeland

d)

Hij gaf de keizer en paus uiteindelijk toch gelijk

19.

Een ketter is....

a)

Een christen die niet naar een kerk gaat.

b)

Een ongelovige.

c)

Iemand die een dwaalleer volgt en verkondigt.

d)

Iemand die de Bijbel erkent als woord van God.

20.

De canon is....?

a)

De samenstelling van het geheel van de boeken van de Bijbel.

b)

Een kerkvergadering waar de leer van de kerk op papier werd gezet.

c)

Een belijdenis van wat een christen gelooft

d)

Het verplichten van christen om te offeren aan heidense goden.

21.

Wat zijn apocriefe brieven?

a)

Geloofsbrieven

b)

Gnostische schriften

c)

Het Nieuwe Testament van de Bijbel

d)

Brieven die niet behorende tot de canon van de Bijbel

22.

De mensen die leefden in Jezus zijn tijd verwachtte dat de Messias een...

a)

grote koning was die de Romeinen zou verdrijven

b)

een priester was

c)

een Farizeeër was

d)

God zelf was

23.

Messias betekent?

a)

Koning of vorst

b)

De gezalfde

c)

Profeet

d)

Priester

24.

Wat is de juiste hiërarchische volgorde in de katholieke kerk?

a)

Leken - priester - paus - bisschop

b)

Priester - aartsbisschop - bisschop - paus

c)

Leken - priester - bisschop - paus

d)

Priester - Bisschop - leken - paus

25.

Wie is, volgens de katholieken, ook wel de eerste paus?

a)

Jezus

b)

Paulus

c)

Petrus

d)

Johannes

26.

Welke twee personen zorgden voor de kerkhervormingen en het protestantisme?

a)

Jezus en Paulus

b)

Luther en Calvijn

c)

Luther en Constantijn

d)

Constantijn en Paulus

27.

Welke redenen zijn er voor het ledenverlies van kerken?

a)

Secularisatie

b)

Ont-institutionalisering

c)

Individualisering

d)

Er zijn meer levensbeschouwelijke doe-het-zelvers

28.

Wie was Flavius Josephus?

a)

Een Romeins geschiedschrijver

b)

Een Joodse legeraanvoerder

c)

Een Joodse hogepriester

d)

Een apostel van Jezus

29.

Over wie schreef Flavius Josephus anders dan dat er in de Bijbel staat?

a)

Herodes Antipas

b)

Joodse Hogepriester

c)

Pontius Pilatus

d)

Het volk

30.

Wat betekent het woord evangelie?

a)

Boek van Jezus

b)

Goede boodschap

c)

Bijbelboek

d)

Blijde boodschap

31.

Wat zijn de synoptici?

a)

Auteurs van het Nieuwe Testament

b)

Auteurs van het kerstverhaal

c)

Auteurs van de evangeliën

d)

Auteurs van overeenstemmende verhalen

32.

Wie zijn de synoptici?

a)

Mattheüs, Lucas, Johannes

b)

Marcus, Mattheüs, Lucas

c)

Marcus, Lucas, Johannes

d)

Lucas, Johannes, Paulus

33.

Op basis van welke bronnen is Lucas geschreven?

a)

Marcus, Q, eigen materiaal

b)

Marcus en Q

c)

Q en eigen materiaal