Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Scheikunde Kerstvakantie quiz

Total questions: 22

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de massa van een mol methaan moleculen?

a)

44

b)

12

c)

16

d)

38

2.

Wat is de juiste systematische naam van dit molecuul?

a)

2-ethyl-4-methyl-2-propyloctaan

b)

1,3-diethyl-5-methyl-2-propaanhexaan

c)

4-ethyl-2-methyl-5-propyloctaan

d)

4,6-diethyl-2-methyl-5-propaanhexaan

3.

Wat de juiste naam van de stof?

a)

3-aminebutaan-1-zuur

b)

3-aminebutaanzuur

c)

3-aminobutaan-1-zuur

d)

3-aminobutaanzuur

4.

Wat is de juiste naam van deze stof?

a)

2,4-dihydroxypentaan-5-zuur

b)

2,4-pentaanzuur

c)

hydroxypentaan-2,4-ol

d)

1-hydroxypentaan-2,4-diol

5.

Meneer Cramwinckel heeft 500 gram waterstof. Hoeveel mol waterstof heeft hij?

a)

500

b)

100

c)

250

d)

300

6.

De omzetting van zetmeel tot glucose vindt plaats door:

a)

Enzymen

b)

Hydrolyse

c)

Polycondensatie

d)

Warmte

7.

Welke stof komt ook altijd vrij bij de hydrolyse van zetmeel?

a)

Water

b)

Zuurstof

c)

Polysacharide

d)

Disacharide

8.

Uit hoeveel glucose eenheden bestaat een polysacharide?

a)

Dat kun je niet weten

b)

2

c)

3

d)

4

9.

Uit hoeveel eenheden suiker eenheden bestaat een disacharide?

a)

1

b)

Dat kan je niet weten?

c)

2

d)

3

10.

Joost maak tijdens een experiment 30 gram ethanol. Er kon in een ideale situatie 50 gram ontstaan. Wat is het rendement?

a)

30%

b)

50%

c)

60%

d)

Daar heb je onvoldoende gegevens voor.

11.

Wat is het symbool voor het element Fosfor

a)

F

b)

P

c)

Fos

d)

Pu

12.

Hoe heet de binding tussen moleculen

a)

Van Der Waalsbinding

b)

Dipool dipool binding

c)

Waterstofbrug

d)

Atoombinding

13.

Welke binding wordt verbroken bij gefractioneerde destillatie?

a)

Atoombinding

b)

Van der waalsbinding

c)

Brugbinding

d)

Geen binding wordt verbroken

14.

Welke binding bevindt zich tussen elementen?

a)

Van der waalsbinding

b)

Brugbinding

c)

Atoombinding

d)

Covalente binding

15.

Wat is de covalentie van zuurstof

a)

4

b)

1

c)

2

d)

3

16.

Wat is de covalentie van stikstof

a)

3

b)

2

c)

4

d)

1

17.

Een reactie waarbij geen zuurstof reageert noemen we

a)

Aeroob

b)

Anaeroob

18.

Meneer Van Andel en meneer Cramwinckel zijn

a)

Hele goede docenten

b)

Hele slimme docenten

c)

De beste docenten

d)

Slecht

19.

Het proces wat je hier ziet noem je:

a)

Hyrolyse

b)

Polycondensatie

c)

Koken

d)

Smelten

20.

Het proces wat je hier ziet noem je:

a)

Hyrolyse

b)

Polycondensatie

c)

Koken

d)

Smelten

21.

De reactie in dit energie diagram is:

a)

Endotherm

b)

Exotherm

22.

Een reactie waarbij energie nodig is noemen we:

a)

Exotherm

b)

Endotherm