wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2.2 t/m 'De machtsovername van Hitler'

Total questions: 11

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Waarom besloten Groot-Brittannië, Frankrijk en de VS om Duitsland na de Roercrisis economisch te helpen?

a)

Deze landen hadden begrip voor de eisen van Duitse critici van Versailles

b)

Deze landen hadden medelijden met Duitsers

c)

Deze landen wilden graag een sterk Duitsland als buffer tegen Rusland

d)

Deze landen vonden dat economisch herstel van Duitsland in hun belang was

2.

Wat past niet bij het zogenaamde Dawesplan?

a)

Herstelbetalingen werden afgeschaft

b)

Herstelbetalingen werden verlaagd

c)

Amerikaanse banken leenden Duitsland geld

d)

Duitsland kon hiermee herstelbetalingen voldoen

3.

Waarom wilden Groot-Brittannië en Frankrijk zo graag toch hun herstelbetalingen blijven ontvangen van Duitsland?

a)

Deze twee landen wilden dit geld gebruiken om meer welvaart te genereren

b)

Deze twee landen wilden geld in hun eigen leger stoppen

c)

Met deze herstelbetalingen konden deze twee landen Amerikaanse oorlogsleningen terugbetalen

d)

Diepe haat jegens Duitsland maakte elke aanpassing van de herstelbetalingen onmogelijk

4.

Tussen 1924 en 1929 ging het een stuk beter met de Weimarrepubliek. Wat is hiervan geen aantoonbaar bewijs?

a)

De economie bloeide in deze periode

b)

Geen enkele partij was nog kritisch op de Weimarrepubliek

c)

Er waren redelijk stabiele regeringen

d)

Duitsland voerde een vreedzame koers richting het buitenland

5.

Waardoor werd juist Duitsland zo zwaar getroffen door de Beurskrach van 1929?

a)

In Berlijn bestond ook een levendige aandelenhandel

b)

Duitsland had nog steeds een torenhoge inflatie, ook voor de crisis van 1929

c)

Duitsland was economisch gezien niet verbonden met de rest van de wereld

d)

Duitsland was kwetsbaar door de afhankelijkheid van Amerika

6.

Welke bewering over de Duitse grondwet van de Weimarrepubliek is niet juist?

a)

Er bestond een artikel 48

b)

De president kon tijdelijk de democratie opzij zetten in geval van nood

c)

Door de grondwet konden er minderheidskabinetten worden benoemd door Von Hindenburg

d)

De Duitse grondwet werd al voor de machtsovername van Hitler afgeschaft

7.

Welke groep profiteerde electoraal gezien niet van de Duitse economische crisis van na 1929?

a)

communisten

b)

nationaal-socialisten

c)

sociaal-democraten

8.

Wat was geen politieke belofte van de NSDAP begin jaren dertig?

a)

Einde aan de economische crisis

b)

Breken met het Verdrag van Versailles

c)

Duitsland zou weer groot en sterk worden gemaakt

d)

Versterken van de Weimarrepubliek

9.

Wat was geen succesfactor van de NSDAP in de aanloop naar 1933?

a)

Het redenaarstalent van Hitler

b)

Hitler won de steun van gematigde partijen

c)

Uitgebreide propaganda met moderne campagnetechnieken

d)

Intimidatie van de Sturmabteilung (SA)

10.

Hitler werd in 1933 door Von Hindenburg tot kanselier benoemd. Vanuit welke gedachte werd dit gedaan?

a)

De conservatieven dachten dat ze Hitler wel de baas konden

b)

De conservatieven dachten Hitler deze baan zou weigeren

c)

De conservatieven dachten dat Hitler een oorlog zou beginnen met de vijanden van Duitsland

d)

Von Hindenburg hoopte om samen met Hitler een dictatuur te stichten

11.

Wat past niet bij de impact van de Rijksdagbrand van 1933?

a)

Volgens de nazi's zou de brand zijn aangestoken door Duitse katholieken

b)

Marinus van der Lubbe werd hiervoor veroordeeld

c)

Hitler liet een noodverordening afkondigen

d)

Hitler gebruikte deze gebeurtenis om de communisten aan te pakken

e)

Hitler gebruikte deze gebeurtenis om een totalitair regime te stichten