wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H4 Middeleeuwen

Total questions: 10

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

Welke ridderromans rekenen we tot de hoofse romans?

a)

Frankische of karelromans

b)

Brits-Keltische of Arthurromans

2.

Waar ligt de oorsprong van de ridderroman?

a)

Nederland

b)

Griekenland

c)

Duitsland

d)

Frankrijk

3.

Uit hoeveel standen bestond de Middeleeuwse maatschappij?

a)

4

b)

3

c)

2

d)

1

4.

Wat betekent het begrip hoofs?

a)

Feodaliteit

b)

Denkwijze van geleerden

c)

Aanbevolen gedragswijze aan het hof

d)

Aanbevolen standen die de maatschappij verdeelde in 1200

5.

Wanneer leefde Karel de Grote ongeveer?

a)

500 na Chr.

b)

800 na Chr.

c)

1000 na Chr.

d)

1200 na Chr.

6.

Wat is kenmerkend voor de Karelepiek?

a)

Onhoofs en feodaal

b)

Feodaal

c)

Hoofsheid

d)

Hoofs en feodaal

7.

Welke kenmerken komen voor in de Karelepiek?

a)

Dappere ridders, liefdesgeschiedenissen

b)

Liefdesgeschiedenissen en fantasie met draken

c)

Zoektochten en fantasieën

d)

Ruwe ridders, geen liefdesgeschiedenissen

8.

Zijn de verhalen uit de Arthurepiek hoofs?

a)

ja

b)

nee

9.

Tot de geestelijke literatuur rekenen we Marialegenden.Voorbeelden zijn:

a)

Mariken en Lanseloet

b)

Beatrijs en Walewijn

c)

Mariken van Nimweghen en het Roelantslied

d)

Beatrijs en Mariken van Nimweghen

10.

Esmoreit is

a)

geestelijke literatuur

b)

wereldlijk toneel

c)

een Middeleeuwse ballade

d)

een Arthurroman