wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2.3 t/m 'Naar een nieuwe oorlog'

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Wat past niet bij nazificatie?

a)

totalitarisme

b)

vrije media

c)

propaganda

d)

censuur

2.

Wat was de Gestapo?

a)

Geheime politie

b)

Knokploeg van de NSDAP

c)

Lijfwacht van de nazitop

d)

Andere naam voor het Duitse leger

3.

Wie is dit?

a)

Joseph Goebbels

b)

Adolf Hitler

c)

Heinrich Himmler

d)

Ernst Röhm

4.

Wie was de minister van propaganda van de nazi's?

a)

Albert Speer

b)

Heinrich Himmler

c)

Joseph Goebbels

d)

Hermann Göring

5.

Wat was geen verklaring voor de toegenomen populariteit van Hitler na 1933?

a)

Succesvolle nazipropaganda

b)

Economisch herstel na 1933

c)

Hitler brak met Verdrag van Versailles

d)

anti-joodse maatregelen van de nazi's

6.

Waardoor werden na 1935 de Duitse concentratiekampen weer voller?

a)

Na der Rijksdagbrand werden communisten naar de kampen gebracht

b)

Toen vond de Kristallnacht plaats

c)

Door de invasie van het Rijnland van dat jaar

d)

Nazi's gingen mensen aanpakken die niet in de Volksgemeinschaft pasten

7.

Wat hoort niet bij de zogenaamde Neurenberger Rassenwetten?

a)

Alle bezittingen van joden werden afgepakt

b)

Joden waren geen staatsburgers meer

c)

Huwelijken tussen joden en niet-joden verboden

d)

Er werd bepaald wanneer iemand joods was en wanneer niet

8.

Wat past niet bij het economisch herstel van Duitsland na 1933?

a)

Werkgelegenheid in wapenindustrie

b)

Herinvoering dienstplicht zorgde voor daling werkloosheid

c)

Economisch herstel had vooral militair karakter

d)

Economisch herstel kwam voor groot deel door toename internationale handel

9.

Wat is geen pijler van het buitenlands beleid van Hitler-Duitsland in de periode 1933-1939?

a)

Etnische herschikking van Europa

b)

Duitsland machtiger maken in Europa

c)

Toenadering tot het communistische oosten

d)

Breken met Verdrag van Versailles

e)

Vergroten Lebensraum

10.

Welk gebied werd in 1938 ingelijfd bij het Duitse Rijk?

a)

Sudetenland

b)

Polen

c)

Rijnland

d)

Oostenrijk

11.

Wat is geen aspect van de zogenaamde appeasementpolitiek van de Britten en de Fransen?

a)

Hard terugslaan richting een agressieve tegenstander

b)

Vrees voor een nieuwe wereldoorlog

c)

Toegeven aan de eisen van de tegenstander

d)

Bewaren van de wereldvrede

12.

Waarom had Hitler een oogje op het Tsjechoslowaakse Sudetenland?

a)

Daar woonden mensen met een Duitse achtergrond

b)

Vanwege de economische kansen die het Sudetenland bood

c)

Als wraak voor de rol die het gebied had gespeeld tijdens WOI

d)

Vanwege de wens om de eigen grenzen beter te kunnen beheersen

13.

Welke leider was niet aanwezig tijdens de beruchte conferentie van München van 1938?

a)

Hitler

b)

Stalin

c)

Daladier

d)

Mussolini

14.

Wat is geen onderdeel van de uitkomst van de conferentie van München?

a)

Duitsland mocht het Sudetenland hebben

b)

Hitler beloofde hierna geen gebied meer te eisen

c)

Hitler beloofde nooit met Engeland oorlog te gaan voeren

d)

Hitler verkreeg Slowakije als vazalstaat