wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4T Knelvragen Geluid en Bouw der Materie

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

De letter s staat voor een natuurkundige grootheid

a)

Snelheid

b)

Afstand

c)

Hellingshoek

d)

Vertraging

2.

Geluid door de lucht heeft een voortplantings-snelheid

a)

ongeveer 340 m/s

b)

ongeveer 300 m/s

c)

ongeveer 430 m/s

d)

is nog nooit gemeten

3.

bliksemlicht komt als eerste, de donder komt daar achteraan. Waarom is geluid zo traag?

a)

Geluid start langzaam maar wordt steeds sneller, net als een vallende steen

b)

Geluid is wel snel, onze oren zijn alleen vertraagd

c)

Licht werkt snel want het kan luchtmoleculen opzij duwen

d)

Geluid werkt met trillende moleculen in de lucht, die reageren traag

4.

Wat kan een microfoon, dat een luidspreker niet kan?

a)

Een microfoon kan trillingen in de lucht omzetten in elektrische wisselspanning

b)

Een microfoon werkt met zowel zachte als luide geluiden

c)

Een microfoon kun je heel klein maken

d)

Er bestaan microfoons voor onder water

5.

De luidsprekerspoel maak je magnetisch door

a)

de spoel snel heen en weer te schudden

b)

er tegenaan te blazen

c)

er een elektrische stroom doorheen te sturen

d)

er een permanente magneet in de buurt te houden

6.

De mens luistert met 2 oren tegelijk. Dat noem je

a)

ruimtelijk gehoor

b)

stereo horen

c)

duo mono horen

d)

stereoïde gehoor

7.

Wat kan een luidsprekerbox wel, dat een air-pad niet kan?

a)

Luidsprekerbox kan niet harder dan jij prettig vindt

b)

Luidsprekerbox kan opgeladen worden

c)

Luidsprekerbox kan hele lage tonen laten horen

d)

Luidsprekerbox kan een hele kamer met geluid vullen

8.

Elke toon heeft een eigen Frequentie. Hoe reken ik dat om naar de Trillingstijd.

a)

T = 1fT\ =\ \frac{\text{1}}{f}

b)

T =f x 10T\ =f\ x\ 10

c)

T = 10fT\ =\ \frac{10}{f}

d)

T = 1000fT\ \ =\ \frac{1000}{f}

9.

Het stembereik van de menselijke zangstem is

a)

de afstand tussen de laagste en de hoogste toon die je zingen kan

b)

het gebied van frequenties die ontstaan als je spreekt

c)

de afstand tot waar je zang nog te horen is

d)

het aantal frequenties tussen de laagste en de hoogste toon die je kan zingen

10.

Een gitaarsnaar trilt op een bepaalde toonhoogte, als

a)

ik de snaar dunner kies stijgt de toon

b)

ik de snaar-spanning verhoog stijgt de toon

c)

ik de snaar-spanning verlaag stijgt de toon

d)

ik de snaar korter maak daalt de toon

11.

Welke geluiden horen honden wel en wij juist niet?

a)

Honden kunnen zachtere tonen verwerken dan wij

b)

Honden kunnen luidere tonen verwerken dan wij

c)

Honden kunnen hogere tonen horen dan wij

d)

Honden kunnen lagere tonen horen dan wij

12.

Geluidsoverlast bij de bron aanpakken noemen we..

a)

reflecteren

b)

absorberen

c)

heilzaam oplossen

d)

duurzaam oplossen

13.

Stoffen hebben eigenschappen, deze stof is buigzaam en geleidt elektrische stroom

a)

het is bevroren ijs

b)

het is hout

c)

het is suiker

d)

het is een metaal

14.

Moleculen en atomen, hoe zit het nu?

a)

Een molecuul bestaat uit 1 of meer atomen

b)

Een molecuul smelt pas boven de 1000 0C

c)

Er zijn vele verschillende moleculen, van atomen zijn er ruim 100

d)

Metalen bestaan uit 2 soorten atomen

15.

Uit welke delen bestaat de kern van een atoom?

a)

ionen en neutronen

b)

protonen en neutronen

c)

elektronen, protonen en neutronen

d)

neutronen

16.

ioniserende straling is er in 4 soorten. Welke dringt het verste door in je lijf?

a)

 γ  straling\gamma\ -\ straling  

b)

 α  straling\alpha\ -\ straling  

c)

 β  straling\beta\ -\ straling  

d)

röntgen - straling

17.

Deze stof heeft een halveringstijd van 100 jaar. Hoeveel radioactieve stof is er over na 300 jaar?

a)

x 1/2 = 50%

b)

x 1/2 x 1/2 = 25%

c)

x 1/2 x 1/2 x 1/2 = 12,5 %

d)

x 1/2 x 1/2 x 1/2 x 1/2 = 6,25 %