wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Financiën in balans

Total questions: 28

Worksheet time: 56mins

Name
Class
Date
1.

Welke bewering over de KvK is onjuist.

a)

De KvK houdt een handelsregister bij

b)

De KvK adviseert bij het starten van een onderneming

c)

De KvK verstrekt informatie aan werkzoekenden

d)

De KvK geeft informatie over vergunningen

2.

Bereken hoeveel euro vreemd vermogen er in dit bedrijf zit.

a)

€ 50.400

b)

€ 10.500

c)

€ 30.000

d)

€ 110.500

3.

Bereken het eigen vermogen

a)

€ 164.000

b)

€ 150.000

c)

€ 94.200

d)

€ 0

4.

Wat zijn geen bedrijfskosten

a)

Reclame

b)

Afschrijvingskosten

c)

Opbrengsten

d)

Personeelskosten

5.

Wat hoort op de plaats van A te staan?

a)

Resultaat

b)

Inkoopwaarde

c)

Afschrijving

d)

BTW

6.

Wat hoort er op de plaats van B te staan

a)

Brutowinst

b)

Nettowinst

c)

Eigen winst

7.

Wat hoort er op de plaats van C te staan?

a)

€ 208.500

b)

€38.100

c)

€0

8.

Wat hoort er op de plaats van D te staan?

a)

Brutowinst

b)

Nettowinst

c)

Eigen winst

9.

Bereken het resultaat.

a)

€ 6.400

b)

verlies van € 6.400

c)

€ 40.700

d)

verlies van € 40.700

10.

Wanneer is er sprake van een langlopende schuld

a)

Vanaf een half jaar

b)

Vanaf een jaar

c)

Vanaf vijf jaar

d)

Vanaf 10 jaar

11.

Wat is geen vaste activa

a)

Winkel

b)

Kas

c)

Inventaris

d)

Voorraad goederen

12.

Wat is geen vlottende activa

a)

Crediteuren

b)

Voorraad goederen

c)

Debiteuren

d)

Auto

13.

Wat is geen liquide middelen

a)

Debiteuren

b)

Betaalrekening ING

c)

Kas

14.

De activa van de balans staan aan de

a)

Debetzijde

b)

Creditzijde

15.

Het eigen vermogen staat aan de

a)

Activa zijde

b)

Passiva zijde

16.

De schulden staan aan de

a)

Debetzijde

b)

Creditzijde

17.

Welke btw tarieven zijn er?

a)

6%

b)

9%

c)

18%

d)

21%

18.

Hoeveel bedraagt de omzet?

a)

€ 50

b)

€20.000

c)

€2.500

d)

€8.000

19.

Hoeveel is de inkoopwaarde per stuk

a)

€ 8.000

b)

€ 3.200.000

c)

€ 20

d)

400 stuks

20.

Bereken de brutowinst

a)

€ 12.000

b)

€ 9.500

c)

€ 28.000

d)

€ 14.500

21.

Een fiets kost €180 excl. btw. De btw is 21%. Wat is de prijs incl. btw.

a)

€ 201,--

b)

€ 217,80

c)

€ 37,80

d)

€ 142,20

22.

Een bank kost € 2.580 incl. btw. De btw is 21%. Wat is de prijs excl. btw

a)

€ 2.038,20

b)

€ 541,80

c)

€ 2.132,23

d)

€ 3.121,80

23.

Een tas kost €78,- incl. De btw is 21%. Hoeveel wordt er afgedragen aan de belastingdienst?

a)

€ 16,38

b)

€ 13,54

c)

€ 21,-

d)

€ 94,38

24.

De hypotheek hoort bij

a)

LVV

b)

KVV

c)

EV

d)

Liquide middelen

25.

Een schuld die de ondernemer nog heeft bij een leverancier hoort bij

a)

LVV

b)

KVV

c)

Liquide middelen

d)

Vlottende activa

26.

Een schuld die een klant nog bij een ondernemer heeft hoort bij

a)

KVV

b)

LVV

c)

Vlottende activa

d)

Liquide middelen

27.

Crediteuren zijn

a)

leveranciers waarbij de ondernemer een schuld heeft

b)

Klanten die nog een schuld hebben bij de ondernemer

28.

Debiteuren zijn...

a)

Leveranciers aan wie de ondernemer nog geld schuldig is

b)

Klanten die bij de ondernemer nog een schuld hebben