wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

V2 H4P5 "De komst van het socialisme"

Total questions: 13

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.
Socialisme is: 
a)
Het opkomen voor gelijke rechten van vrouwen. 
b)
De overheid moest zich niet te veel bemoeien met de arbeiders. 
c)
Je moest sociaal zijn voor elkaar. 
d)
Je moest opkomen voor onrechtvaardigheid in de samenleving. 
2.
Nederland heeft de Industriele Revolutie
a)
nooit gekend
b)
vooral in Noord-Holland ontstaan
c)
in Twente en Tilburg plaats gehad
d)
in Noord-Brabant en Groningen
3.
Waarom trekken fabriekseigenaren zich eerst niks aan van stakende arbeiders?
a)
Er zijn nog geen wetten om de arbeiders te beschermen
b)
Ze zijn de baas
c)
Ze doen lekker wat ze willen
4.

Wat is de sociale kwestie?

a)

Dat mensen steeds minder voor elkaar over hadden doordat ze zo'n ellendig leven leiden door de industriële revolutie.

b)

Een wet die de leef- en werksituatie van mensen verbetert.

c)

Het probleem van armoede en de slechte woon- en werkomstandigheden van de arbeiders door de industriële revolutie.

d)

Stroming die ernaar streeft dat arbeiders via een revolutie aan de macht komen, zodat er een klasseloze samenleving ontstaat.

5.
In het kapitalisme zijn de productiemiddelen in handen van de overheid
a)
Juist 
b)
Onjuist
6.
Het communisme is: 
a)
Een zeldzame politieke stroming. 
b)
Een politieke stroming waarbij geweld wordt verheerlijkt. 
c)
Een politieke stroming die de klassensamenleving wil doorbreken. 
d)
Een politieke stroming die alleen in Rusland is voorgekomen. 
7.

Stroming die niet in klassenstrijd en/of revolutie gelooft.

a)

Socialisme

b)

Sociaaldemocraten

c)

Communisten

8.
Het hoofddoel van kapitalistische ondernemers is ....
a)
Niet failliet gaan
b)
Arbeiders onder de duim houden
c)
Zo veel mogelijk winst maken
d)
Een zo'n rustig mogelijk leven leiden
9.

De SDAP werd in 1894 opgericht. Waarom hadden zij vrij weinig invloed?

a)

Omdat ze geen stemmen kregen van de arbeiders.

b)

Omdat ze niet mee mochten doen aan de verkiezingen.

c)

Omdat ze eigenlijk een vakbond waren.

d)

Omdat ze geen stemmen kregen doordat er nog geen kiesrecht was.

10.

Door wie werden de werkomstandigheden van de fabrieksarbeiders verbeterd?

a)

Patriotten

b)

Parlement

c)

Kapitalisten

d)

Vakbonden

11.
Was was GEEN actiepunt van de vakbonden?
a)
Kortere reistijd
b)
Kortere werkdag
c)
Betere werkomstandigheden
d)
Hoger loon
12.
Wie wilden alle bezittingen onder iedereen eerlijk verdelen?
a)
Vakbonden
b)
Kapitalisten
c)
Socialisten
d)
Revolutionairen
13.
" Kinderen van 11 tot 15 jaar en vrouwen mogen maximaal 11 uur per dag werken" - Waar is dit een voorbeeld van?
a)
Kapitalisme
b)
Sociale wet
c)
Politieke partij
d)
Kiesrecht