wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefentoets erfelijkheid en evolutie

Total questions: 15

Worksheet time: 1hrs 15mins

Name
Class
Date
1.

Een mutant is een organisme

a)

waarvan het DNA in de cellen plotseling veranderd is

b)

waarvan het plotseling veranderde DNA tot uiting is gekomen

c)

Waarvan de zaadcellen/eicellen een mutatie bevatten

d)

waarvan de lichaamscellen een mutatie bevatten

2.

Bij een intermediair fenotype

a)

Komt het dominante gen tot uiting

b)

Komt het recessieve gen tot uiting

c)

Komt een mix van twee dominante genen tot uiting

d)

Komt een mix van twee recessieve genen tot uiting

3.
Michel en Nicky praten over genen.
Michel zegt: 'Een gen bevat de informatie voor één erfelijke eigenschap.'
Nicky zegt: 'Een gen bevat de informatie voor meerdere erfelijke eigenschappen.'
Wie heeft er gelijk?
a)
Michel
b)
Nicky
4.

In de afbeelding zie je een krantenartikel over de ziekte SMA.

Een kind heeft SMA. Van wie heeft het kind een gen voor de ziekte SMA gekregen?

a)

alleen van de vader

b)

alleen van de moeder

c)

van de vader en de moeder

5.
Waarvan gaat de evolutietheorie uit?
a)
alleen van veranderingen in genotypen
b)
alleen van natuurlijke selectie
c)
alleen van het ontstaan van nieuwe soorten
d)
van veranderingen in genotypen, natuurlijke selectie en het ontstaan van nieuwe soorten
6.

Je ziet in de afbeelding een krokusknol met enkele scheuten. De scheuten kunnen van de knol worden gehaald en groeien afzonderlijk verder

Welke bewering over de jonge planten is juist?

a)

De jonge planten ontstaan door geslachtelijke voortplanting en hebben allemaal een verschillend genotype.

b)

De jonge planten ontstaan door geslachtelijke voortplanting en hebben allemaal hetzelfde genotype.

c)

De jonge planten ontstaan door ongeslachtelijke voortplanting en hebben allemaal een verschillend genotype.

d)

De jonge planten ontstaan door ongeslachtelijke voortplanting en hebben allemaal hetzelfde genotype.

7.
De Indische wandelende tak (zie de afbeelding) is een insect dat je als huisdier kunt houden. Een volwassen vrouwtje leeft enkele maanden en legt elke dag twee of drie eieren. De eieren hoeven niet te worden bevrucht. Uit elk eitje ontwikkelt zich een vrouwtje dat precies op de moeder lijkt.
Van welke vorm van voortplanting is hier sprake?
a)
Geslachtelijke voortplanting
b)
Ongeslachtelijke voortplanting
8.
Zaadcellen worden gevormd door ?
a)
Meiose 
b)
Mitose 
c)
Gewone celdeling 
9.

Hoe heet de techniek waarbij alleen dieren met bepaalde eigenschappen worden gebruikt om mee te fokken?

a)

Kunstmatige selectie

b)

Veredeling

c)

Ongeslachtelijke voortplanting

10.

Een wipneus is dominant over rechte neus.

Een homozygote dominante moeder, en een homozygote recessieve vader krijgen een kindje

a)

dit kindje heeft een rechte neus

b)

dit kindje heeft een wipneus

c)

je weet niet wat dit kindje voor neus heeft

11.

Iedere eigenschap staat ... keer in het DNA

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

12.

Een recessief allel komt tot uiting wanneer

a)

Hij samen met een dominant allel staat

b)

Hij homozygoot voorkomt

c)

Hij heterozygoot voorkomt

d)

hij komt nooit tot uiting

13.
Kleurenblindheid is een recessieve aandoening. We kunnen dan zeggen dat kleurenblindheid ontstaat bij mensen met:
a)
Twee zwakke genen (a-a)
b)
Twee sterke genen (A-A)
c)
Twee ongelijke genen (A-a)
d)
Als hij altijd ziek wordt
14.

Wat is het fenotype van het blonde meisje?

a)

AA

b)

Aa

c)

aa

15.

Welke kleur is dominant?

a)

Wit

b)

Zwart