NEW
Font size
Worksheetswerkwoordspelling gecombineerd 2
Total questions: 11
Worksheet time: 4mins
Hij (antwoorden) vandaag op de vraag
antwoord
antwoordt
De zon (verblinden) gisteren de automobilist
verblindde
verblinde
Yasmine heeft haar vriendin (plagen)
geplaagt
geplaagd
Deze vrouw (houden t.t.) niet van katten
houdt
houd
De (beantwoorden) vragen had ik allemaal goed
beantwoorden
beantwoorde
Het is niet (verantwoorden) dat je langs deze afgrond loopt
verantwoord
verantwoordt
De bakker heeft de vloer (schrobben)
geschrobt
geschrobd
De bosbranden in Australië (richten) de afgelopen maanden veel schade aan.
richtte
richtten
Alle (afkeuren) doelpunten tellen dus niet mee
afgekeurde
afgekeurden
De (uitputten) marathonloper viel meteen na de streep neer op een bankje.
uitgepute
uitgeputte
Het (verbazen) me niets dat jij vorige week te laat kwam.
verbaasde
verbaast
