wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

werkwoordspelling gecombineerd 2

Total questions: 11

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

Hij (antwoorden) vandaag op de vraag

a)

antwoord

b)

antwoordt

2.

De zon (verblinden) gisteren de automobilist

a)

verblindde

b)

verblinde

3.

Yasmine heeft haar vriendin (plagen)

a)

geplaagt

b)

geplaagd

4.

Deze vrouw (houden t.t.) niet van katten

a)

houdt

b)

houd

5.

De (beantwoorden) vragen had ik allemaal goed

a)

beantwoorden

b)

beantwoorde

6.

Het is niet (verantwoorden) dat je langs deze afgrond loopt

a)

verantwoord

b)

verantwoordt

7.

De bakker heeft de vloer (schrobben)

a)

geschrobt

b)

geschrobd

8.

De bosbranden in Australië (richten) de afgelopen maanden veel schade aan.

a)

richtte

b)

richtten

9.

Alle (afkeuren) doelpunten tellen dus niet mee

a)

afgekeurde

b)

afgekeurden

10.

De (uitputten) marathonloper viel meteen na de streep neer op een bankje.

a)

uitgepute

b)

uitgeputte

11.

Het (verbazen) me niets dat jij vorige week te laat kwam.

a)

verbaasde

b)

verbaast