wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Het Weer 3VMBO-t

Total questions: 12

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

0,1 Bar is gelijk aan

a)

1.000 Pa

b)

10.000 Pa

c)

100.000 Pa

d)

1000.000 Pa

2.

Welk van onderstaande gassen is géén broeikasgas?

a)

Methaan

b)

Waterdamp

c)

Koolstofdioxide

d)

Helium

3.

Wind is lucht die

a)

Beweegt van een gebied met hoge druk naar een gebied met lage druk

b)

Beweegt van een gebied met lage druk naar een gebied met hoge druk

c)

Beweegt tussen een gebied met hoge druk en een gebied met lage druk

d)

Onafhankelijk van drukgebieden over de aarde beweegt

4.

Wat is het verschil tussen absolute druk en overdruk?

a)

Overdruk is de druk die over het maximum van de barometer heen gaat

b)

Overdruk is het verschil tussen de absolute druk en de heersende luchtdruk

c)

Absolute druk is de druk die minimaal nodig is voor iets, de overdruk is de druk die dan nog overblijft.

d)

Overdruk is de druk die over een bepaald oppervlak staat, absolute druk is de druk die op elk oppervlak staat

5.

Het bestaan van het versterkte broeikaseffect is

a)

Zeker

b)

Wetenschappelijk het meest aannemelijk

c)

Minder waarschijnlijk dan klimaatverandering door natuurlijke mechanismen

d)

Een geloof van de linkse lobby

6.

Met wat voor meter kun je de luchtdruk meten?

a)

Manometer

b)

Barometer

c)

Micrometer

d)

Anemometer

7.

1000 Pa is gelijk aan

a)

1000 N/m2

b)

1 N/m2

c)

10 kN/m2

8.

Waarom heet het het "versterkte" broeikaseffect?

a)

Het natuurlijke broeikaseffect wordt versterkt door menselijk handelen

b)

Het door de mens veroorzaakte broeikaseffect wordt versterkt door de natuur

c)

Het broeikaseffect wordt door de media versterkt weergegeven

d)

Het broeikaseffect versterkt het warmtebehoud op aarde

9.

Het dauwpunt van warme lucht...

a)

is hoger dan het dauwpunt van koude lucht

b)

Is even hoog als het dauwpunt van koude lucht

c)

dat kun je niet weten

10.

Als het 's nachts vriest, en in de ochtend waait warmere lucht over de weilanden, dan kleurt het gras soms wit. Dit verschijnsel heet

a)

Rijpen

b)

IJzel

c)

Sublimatie

d)

Kristallisatie

11.

Bekijk de afbeelding. Bij verwarmen zet zink méér uit dan messing. De metalen strips zijn bij 20°C aan elkaar verlijmd. Dan geldt voor situaties I. en II.:

a)

I. en II. zijn allebei kouder dan 293K

b)

I. en II. zijn allebei kouder dan 273K

c)

I. is warmer dan 293K en II. is kouder dan 293K

d)

II. is warmer dan 293K en I is kouder dan 293K.

e)

I. is warmer dan 273K en II. is kouder dan 273K

12.

Op de thermometer hiernaast zie je de bekende schaal voor Celcius en de 18e eeuwse schaal van Réaumur, die tot begin vorige eeuw ook in Nederland gebruikt werd. Er geldt dat 0°C = 0°R. Verder ligt het kookpunt van water bij 80°R. Dan is 20°R gelijk aan

a)

25°C

b)

60°C

c)

20°C

d)

dat kun je niet weten