wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Start Maatschappijleer!

Total questions: 30

Worksheet time: 56mins

Name
Class
Date
1.
Waar gaat maatschappijleer over?
a)
over de klas
b)
over de Nederlandse samenleving
c)
Over jezelf
d)
Over school
2.
voor een goede mening heb je drie dingen nodig
a)
feiten, vooroordelen en een onderzoek
b)
feiten, thema's en een argument
c)
dingen moeten van verschillende kanten worden bekeken, thema's en argumenten
d)
feiten, argumenten en iets moet van verschillende kanten bekeken worden
3.
een voorbeeld van een maatschappelijk probleem is
a)
liefdesverdriet
b)
ruzie met de buren
c)
telen van wiet
d)
discriminatie
4.
Er is sprake van een maatschappelijk probleem als
a)
er veel mensen mee te maken hebben
b)
er verschillende meningen over zijn
c)
de overheid zich ermee bemoeid
d)
alle drie de antwoorden zijn goed
5.
Hoeveel Politieke niveaus hebben we in Nederland?
a)
2 Eerste en Tweede kamer
b)
Alle politieke partijen samen Plus de Koning
c)
3 Het land (nationaal bestuur), de Provincie en de gemeente
d)
5
6.
Geef een definitie van het begrip :Overheid
a)
Eerste en Tweede Kamer
b)
Bestuurders en Managers
c)
Alle politieke partijen samen
d)
Alle  politici en  ambtenaren samen
7.

Wat is het verschil tussen werk en hobby?

a)

Je hobby is leuk en werk niet

b)

Voor werk krijg je betaald, je doet iets dat nuttig is voor jezelf en een ander. Een hobby is iets om in je vrije tijd te doen.

8.

Wat is het verschil tussen werk en hobby?

a)

Je hobby is leuk en werk niet

b)

Voor werk krijg je betaald, je doet iets dat nuttig is voor jezelf en een ander. Een hobby is iets om in je vrije tijd te doen.

9.

de dominante cultuur is:

a)

De cultuur van een kleine groep mensen

b)

De cultuur waarin één iemand de baas (dus dominant) is.

c)

De cultuur die de meeste mensen in een land hebben.

d)

De normen waarden en gewoonten van een groep mensen

10.

een subcultuur is:

a)

De cultuur van een kleine groep mensen

b)

De cultuur die de meeste mensen in een samenleving hebben.

c)

Een cultuur van mensen die graag naar de Subway gaan

d)

De normen waarden en gewoonten van een groep mensen

11.

Welke term wordt steeds vaker in plaats van "allochtoon" gebruikt?

a)

inwoners met een migratieachtergrond

b)

ontworteld

c)

verhuisd

d)

inwoners met buitenlands invloed

12.
Een strafblad ... 
a)
houd je je hele leven
b)
levert problemen op bij het zoeken van een baan of stage
c)
heeft iedereen
d)
krijg je alleen als bij zware criminaliteit 
13.

Opvoeding heeft veel invloed op crimineel gedrag

a)

Waar

b)

Niet Waar

14.

Groepsdruk heeft veel invloed op crimineel gedrag

a)

Waar

b)

Niet Waar

15.

Jongeren die veel spijbelen hebben een grotere kans op crimineel gedrag

a)

Waar

b)

Niet waar

16.
Kinderen leren soms dingen door anderen na te doen.
a)
Juist
b)
Onjuist
17.
Vriendschap is een voorbeeld van een …
a)
Waarde.
b)
Wet.
c)
Norm.
d)
Fatsoensregel
18.

Hoeveel procent van de jongeren gaan élke dag op internet?

a)

20%

b)

40%

c)

65%

d)

82%

e)

92%

19.

wat is communicatie?

a)

praten

b)

het doorgeven van kennis

c)

contact willen met anderen

d)

lichaamstaal

20.

communicatie doen we op verschillende manieren: fysiek, verbaal, en..

a)

lichaamstaal

b)

praten

c)

lezen

d)

visuele communicatie

21.
Een land waar de overheid de burgers helpt als het nodig is noemen we,....
a)
Een maatschappelijke plicht
b)
Politieke betrokkenheid
c)
Verzorgingsstaat
d)
Democratie
22.
Mijn schoolopleiding is niet van algemeen belang.
a)
Waar
b)
Niet waar
23.

Met werk bedoelen we dat je iets doet waar je voor betaald krijgt, Het geld dat je ermee verdient noemen we loon.

a)

juist

b)

onjuist

24.

Van je loon gaan nog allerlei bedragen af zoals belasting en premies wat houdt je over?

a)

brutoloon

b)

nettoloon

25.

Als je op staande voet wordt ontslagen moet je het bedrijf onmiddellijk verlaten.

a)

juist

b)

onjuist

26.

De band met je neefje is een voorbeeld van ...

a)

Functionele relatie

b)

Persoonlijke relatie

27.

De band met je leraar is een voorbeeld van ...

a)

Functionele relatie

b)

Persoonlijke relatie

28.

De Duitse schrijver Schiller vond het noemenswaardig, dat er in Nederland sprake was van grote mate van verdraagzaamheid in een land waar zo veel mensen van "verschillende sociale klassen, godsdiensten en levensstijlen en samenleefden". Dit fenomeen noemen we een...

a)

pluriforme samenleving

b)

multiculturele samenleving

c)

tolerante samenleving

d)

chaotische samenleving

29.

De definitie van "tolerantie" in de Nederland van de eind achttiende eeuw is meer vergelijkbaar met de hedendaagse betekenis van...

a)

gedogen

b)

zonder twijfel accepteren

c)

geheel omarmen

d)

afwijzen

30.

"Asociaal gedrag is ook altijd crimineel gedrag.''

a)

Juist

b)

Onjuist