NEW
Font size
WorksheetsMarktvormen en marktfalen (P6 K3 Hfdst1+2)
Total questions: 22
Worksheet time: 23mins
Hiernaast zie je vraag en aanbod van fruit.
Door een misoogst verschuift:
De vraaglijn naar links
De aanbodlijn naar links
De vraaglijn naar rechts
De aanbodlijn naar rechts
De lijnen verschuiven niet omdat het marktevenwicht gelijk blijft
Het consumentensurplus bestaat uit
a+b+c
a+b+c+d
e+i
a+b
Q' - Qe
Een product wordt belast met een milieuheffing.
Het verlies aan consumentensurplus bestaat uit:
A+B
C+D
B+C
B
C
Op dit product wordt accijns ingevoerd.
De hoogte van de accijns is:
Q'- Qe
1-2
pt - pe
pt - pp
De rode driehoek geeft
het consumentensurplus weer
het producentensurplus weer
het welvaartsverlies weer
het aanbodoverschot weer
het vraagoverschot weer
De oppervlakte van de roze rechthoek geeft weer:
De omzet
De verkoopprijs per product
De totale winst
De winst per product
De totale kosten
Hou geen rekening met de maximumprijs.
Bij welke prijs wordt de maximale winst behaald?
P
Q
R
E
D
Hou geen rekening met de maximumprijs.
Bij welke afzet wordt de maximale omzet behaald?
P
Q
R
E
C
De omzet op de botermarkt zonder accijns is:
€ 4.106
€ 8.106
€ 16.106
€ 16,-
De accijns per kg is:
€ 2,-
€ 4,-
€ 5,50
€ 5,33
Door de minimumprijs ontstaat:
Een vraagoverschot Qa -Qv
Een aanbodoverschot Pmin - Pev
Een aanbodoverschot Qa -Qv
Een vraagoverschot Pmin - Pev
Het surplus voor de overheid is
De blauwe driehoek
De rode driehoek
De oranje driehoek
De groene rechthoek
Qe - Q1 geeft aan:
Het welvaartsverlies
Het verlies aan afzet door de accijns
Vermindering van de omzet door de accijns
Vermindering van consumenten- en producentensurplus
Werkloosheid doordat de vraag naar goederen en diensten minder wordt, heet:
Conjuncturele werkloosheid
Kwalitatieve structurele werkloosheid
Kwantitatieve structurele werkloosheid
Verborgen werkloosheid
Seizoenswerkloosheid
De vraag naar arbeid is (in hele banen) :
Alle mensen die werk hebben en officieel werk zoeken
Alle vacatures
Alle banen die al bezet zijn + de vacatures
Alle mensen die officieel naar werk zooeken
Welke marktvorm past hier het best bij?
Volkomen concurrentie
Monopolistische concurrentie
Oligopolie
Het consumentensurplus bedraagt ...
500
400
300
200
Het producentensurplus bedraagt ...
800
700
600
500
Welke van de onderstaande beweringen over het gegeven marktmodel zijn correct?
I: Gegeven het marktmodel is de totale welvaart het hoogst bij de evenwichtsprijs van 70.
II: Bij een prijs van 80 is het consumentensurplus hoger dan in het marktevenwicht.
Beide beweringen zijn juist.
Bewering I is juist, bewering II is onjuist.
Bewering II is juist, bewering I is onjuist.
Beide beweringen zijn onjuist.
Welke van de volgende afbeeldingen (gemaakt door leerlingen) laat de afname van het consumentensurplus bij een heffing correct zien? De prijs voor invoering van de heffing bedroeg €5.
Steffie
Eva
Victor
Tim
