WorksheetsPoëzie V6
Total questions: 21
Worksheet time: 16mins
Name
Class
Date
1.
Welke rijmvorm herken je in dit gedicht?
a)
Gepaard rijm
b)
Omarmend rijm
c)
Gekruist rijm
d)
Vrij vers
2.
Welke rijmvorm herken je in dit gedicht?
a)
Gepaard rijm
b)
Omarmend rijm
c)
Gekruist rijm
d)
Vrij vers
3.
Welke rijmvorm herken je in dit gedicht?
a)
Gepaard rijm
b)
Omarmend rijm
c)
Gekruist rijm
d)
Vrij vers
4.
Welke halfrijm herken je?
a)
Alliteratie
b)
Assonantie
5.
Je kamer lijkt wel een zwijnenstal.
a)
vergelijking
b)
metonymie
c)
metafoor
d)
personificatie
6.
De wind floot door de takken.
a)
vergelijking
b)
metonymie
c)
metafoor
d)
personificatie
7.
Kijk de zon gaat onder, het meer staat in brand.
a)
vergelijking
b)
metonymie
c)
metafoor
d)
personificatie
8.
Gisteren dronk hij een glaasje te veel.
a)
vergelijking
b)
metonymie
c)
metafoor
d)
personificatie
9.
Peter, een echte angsthaas, was erg bang tijdens de spooktocht.
a)
vergelijking
b)
metonymie
c)
metafoor
d)
personificatie
10.
Hij ging er als een haas vandoor.
a)
vergelijking
b)
metonymie
c)
metafoor
d)
personificatie
11.
Ik heb wel een eeuw op je gewacht.
a)
hyperbool
b)
eufemisme
c)
understatement
d)
litotes
12.
De demonstratie liep een beetje uit de hand: er werden 90 mensen opgepakt.
a)
hyperbool
b)
eufemisme
c)
understatement
d)
litotes
13.
Zij lachte zich dood.
a)
hyperbool
b)
eufemisme
c)
understatement
d)
litotes
14.
Oma heeft haar laatste adem uitgeblazen.
a)
hyperbool
b)
eufemisme
c)
understatement
d)
litotes
15.
Het is geen slecht idee om samen te werken.
a)
hyperbool
b)
eufemisme
c)
understatement
d)
litotes
16.
Hij gaat creatief met de waarheid om.
a)
hyperbool
b)
eufemisme
c)
understatement
d)
litotes
17.
Hoe gespecialiseerder iemand is, des te minder iemand kan.
a)
paradox
b)
understatement
c)
litotes
d)
contaminatie
18.
Nooit, nooit en nooit hoor ik iets van tevredenheid.
a)
ironie
b)
pleonasme
c)
litotes
d)
herhaling
19.
Die geheimzinnige held van Adam, die met zijn tuin
a)
ironie
b)
pleonasme
c)
litotes
d)
herhaling
20.
Die arts wordt onwel bij het zien van het rode bloed.
a)
pleonasme
b)
tautologie
21.
Tevens is het ook mogelijk om met de auto te komen.
a)
pleonasme
b)
tautologie
100 %
