wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nask VWO 1 Thema 3 Water B1 t/m 4 versie 2

Total questions: 20

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Hoe noemen we de fase-overgang is van een gasvormige fase naar een vaste fase?

a)

Rijpen

b)

Vervluchtigen

c)

Condenseren

d)

Bevriezen

2.

Hoe noemen we de fase-overgang van een vaste naar een vloeibare fase?

a)

Stollen

b)

Verdampen

c)

Smelten

d)

Bevriezen

3.

In welke fase bevind zich koolstofdioxide van - 52 oC?

a)

Gas

b)

Vast

c)

Vloeibaar

4.

In welke fase bevind zich kwik bij een temperatuur van 269 oC?

a)

Gas

b)

Vast

c)

Vloeibaar

5.

Welke factor is geen voorwaarde voor een verbrandingsreactie?

a)

Ontbrandingstemperatuur

b)

Zuurstof

c)

Koolstofdioxide

d)

Brandstof

6.

Hoeveel graden Kelvin is -56oC?

a)

329 K

b)

-329 K

c)

56 K

d)

217 K

7.

Bekijk de grafiek. Heeft deze grafiek een smelttraject of een smeltpunt en bij welke temperatuur?

a)

Smelttraject bij 22 oC

b)

Smeltpunt bij 22 oC

c)

Smelttraject, 80oC

d)

Smeltpunt, 80 oC

8.

Mist bestaat uit druppeltjes water.

In welke fase is het water in de mist?

a)

gasvormige

b)

vaste fase

c)

vloeibare fase

9.

De lucht in een uitademing bevat veel waterdamp.

Wat gebeurt er met de waterdamp als je uitademt tegen een koude ruit?

De waterdamp:

a)

condenseert

b)

smelt

c)

stolt

d)

verdampt

10.

Welke twee uitspraken over mist zijn waar?

a)

A Mist bestaat uit kristallen.

b)

Mist is een gas.

c)

Mist is een vloeistof.

d)

Mist is goed zichtbaar.

e)

Mist is waterdamp.

11.

Rijp en dauw zijn twee voorbeelden van neerslag.

In welk antwoord staat de juiste fase voor beide?

a)

Rijp en dauw zijn beide vast

b)

Rijp en dauw zijn beide vloeibaar.

c)

Rijp is vast en dauw is vloeibaar

d)

Rijp is vloeibaar en dauw is vast

12.

Met een vloeistofthermometer kun je de temperatuur meten. Welke vloeistof zit er meestal in een vloeistofthermometer?

a)

alcohol

b)

ether

c)

water

d)

water met kleurstof

13.

Welke uitspraak over de werking van een vloeistofthermometer is juist?

a)

Als de temperatuur daalt, krimpt de vloeistof en stijgt het vloeistofniveau

b)

Als de temperatuur daalt, zet de vloeistof uit en daalt het vloeistofniveau.

c)

Als de temperatuur stijgt, krimpt de vloeistof en daalt het vloeistofniveau

d)

Als de temperatuur stijgt, zet de vloeistof uit en stijgt het vloeistofniveau

14.

Aruna heeft een elektronische koortsthermometer, een vloeistofthermometer en een oventhermometer.

Welke thermometer heeft een wijzer die langs een schaalverdeling beweegt?

a)

De elektronische koortsthermometer

b)

De oventhermometer

c)

De vloeistofthermometer

15.

Bij welke fase-overgang wordt een vaste stof een vloeistof?

a)

bevriezen

b)

condenseren

c)

rijpen

d)

smelten

e)

verdampen

16.

’s Winters verdwijnt sneeuw soms ‘in het niets’, dus zonder dat je een plasje water ziet ontstaan.

Hoe heet die fase-overgang?

a)

bevriezen

b)

condenseren

c)

verdampen

d)

vervluchtigen

17.

Als na een regenbui de zon schijnt, zijn de straten al gauw weer droog.

Dat komt doordat het regenwater:

a)

bevriest

b)

condenseert

c)

rijpt

d)

verdampt

18.

Na een erg koude droge nacht zijn de bladeren van planten soms helemaal wit.

Hoe heet de fase-overgang die daarvoor heeft gezorgd?

a)

dauwen

b)

rijpen

c)

verdampen

d)

vervluchtigen

19.

Bekijk tabel 1. De temperatuur in het natuurkundelokaal is 18 °C. Van je docent krijg je een bekerglas met een vloeistof. Welke stoffen kunnen dit zeker niet zijn?

a)

alcohol

b)

ether

c)

glycerol

d)

propaan

e)

water

20.

Als het vriest, gaan strooiwagens op weg om wegen en fietspaden te bestrooien.

Wat strooien ze en waarom doen ze dat?

a)

Zand om het vriespunt van water te verhogen.

b)

Zand om het vriespunt van water te verlagen.

c)

Zout om het vriespunt van water te verhogen

d)

Zout om het vriespunt van water te verlagen.