wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nask VWO 1 Thema 4 Lucht B3

Total questions: 12

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Bij een lagedrukgebied hoort ...

a)

Mooi weer.

b)

Weer met harde wind.

c)

Weer met regen.

d)

Dat hangt er van af.

2.

Wind is lucht die ...

a)

Beweegt van een gebied met hoge druk naar een gebied met lage druk.

b)

Beweegt van een gebied met lage druk naar een gebied met hoge druk.

c)

Beweegt tussen een gebied met hoge druk en een gebied met lage druk.

d)

Onafhankelijk van drukgebieden over de aarde beweegt.

3.
In welk zee ontstaat Tropische orkaan?
a)
Middellandse Zee 24 graden
b)
Noordzee 21 graden
c)
Caribisch Zee 27 graden
d)
Atlantische Oceaan 25 graden
4.

Een lage druk in de winter geeft vaak...?

a)

Wind

b)

Sneeuw

c)

Zonneschijn

d)

Saharazand

5.

Hoe wordt een lijn genoemd met dezelfde luchtdruk?

a)

Isotherm

b)

Isothoop

c)

Isobaar

6.
Met welke schaal wordt de windkracht gemeten?
a)
Schaal van Richter
b)
Schaal van Ballot
c)
Schaal van Newton
d)
Schaal van Beaufort
7.

Als de isobaren op een weerkaart dicht bijelkaar liggen is er sprake van......

a)

Een depressie

b)

Een storm

c)

Een windstilte

d)

Een chaos

8.
Wat moet worden ingevuld op de stippeltjes? warme lucht.....en ..........af, hierdoor gaat de lucht........ en ontstaat.........
a)
daalt, koelt, dalen, droogte
b)
stijgt, buigt, stijgen, regen
c)
daalt, koelt, verdampen, regen
d)
stijgt, koelt, condenseren, regen
9.
Bij een laag luchtdrukgebied wijst de wijzer van een barometer een getal aan
a)
= 1013 hPa
b)
> 1013 hPa
c)
< 1013 hPa
10.
In welk deel speelt zich het weer af?
a)
lithosfeer
b)
mezosfeer
c)
atmosfeer
d)
ionosfeer
11.

Hoe waait de wind op het noordelijk halfrond rond een lagedrukgebied en in welke richting gaat de wind dan?

a)

Naar binnen en met de wijzers van de klok mee.

b)

Naar buiten en met de wijzers van de klok mee.

c)

Naar binnen en tegen de wijzers van de klok in.

d)

Naar buiten tegen de wijzers van de klok in.

12.

Bij een hogedrukgebied hoort ...

a)

Mooi weer.

b)

Weer met harde wind.

c)

Weer met regen.

d)

Dat hangt er van af.