wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Romeinen

Total questions: 20

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Rome is ontstaan als...

a)

stadstaat

b)

landbouwnederzetting

c)

grootrijk

d)

rijk dat heerste over delen van het M-Z gebied

2.

Rome is gesticht aan de rivier

a)

de Tiber

b)

de Tiberius

c)

de Romerus

d)

de Po

3.

De Romeinse generaals veroverden graag veel gebied omdat...

a)

de slaven anders in opstand zouden komen

b)

ze maar 1 jaar in dienst waren

c)

ze op deze manier pater familias konden worden

d)

het goed was voor hun politieke carrière

4.

Tijdens republiek had de volksvergadering:

a)

de wetgevende macht

b)

de uitvoerende macht

c)

een raadgevende taak

d)

de rechterlijke macht

5.

Een 'gens' = ...

a)

verschillende families met dezelfde pater familias

b)

verschillende families met dezelfde voorvaders

c)

verschillende families met dezelfde gronden

d)

verschillende families met dezelfde slaven

6.

Welke bewering KLOPT NIET?

De Romeinse samenleving tijdens de republiek was...

a)

een patriarchale samenleving

b)

een voorbeeld van ongelijkheid tussen mensen

c)

een nomadische samenleving

d)

een standenmaatschappij

7.

Wie werd staatshoofd tijdens de republiek?

a)

de 2 consuls

b)

de consul

c)

de keizer

d)

de koning

8.

Wie had AANVANKELIJK weinig publieke macht tijdens de republiek?

a)

de patriciërs

b)

de plebejers

c)

de slaven

d)

de vreemdelingen

9.

Waarom werd Rome een republiek? Duid de FOUTE bewering aan.

a)

omdat de Romeinen een keizer wilden

b)

omdat de Romeinen geen Etruskische heerser meer wilden

c)

omdat de laatste koning het advies van de senaat lans zich neerlegde

d)

omdat de laatste koning zijn macht misbruikte

10.

De eerste Romeinse keizer was

a)

Julius Caesar

b)

Augustus

c)

Hadrianus

d)

Nero

11.

Welke titel had keizer Augustus NIET?

a)

pro-consul

b)

pater patriae

c)

imperator

d)

pontifex maximus

12.

Wie wordt hier afgebeeld?

a)

Julius Caesar

b)

Hadrianus

c)

Augustus

d)

Justianus

13.

Hoe noemen het gegeven dat de keizer tijdens en na zijn leven als godheid wordt vereerd?

a)

keizereer

b)

keizercultus

c)

keizerheil

d)

keizersnede

14.

Hoe noemen we een bron 'uit de tijd zelf'?

(a)  

15.

Hoe noem je een bestuursvorm waarbij alle publieke macht zonder beperking ligt bij één heerser?

(a)  

16.

Waarom werd Caesar vermoord?

a)

Hij gaf de patriciërs publieke macht.

b)

Hij overtrad de regels van de republiek.

c)

Hij vermoordde teveel Galliërs.

d)

Hij wou de macht in handen leggen van de koning.

17.

Oorlogen tussen de inwoners van hetzelfde gebied noemen we...

(a)  

18.

Wat past NIET bij een Romeinse dictator?

a)

Hij heeft alle macht in handen.

b)

Zijn macht is onbeperkt in tijd.

c)

Hij kwam aan de macht als er oorlogsdreiging was.

d)

De periode waarin hij het voor het zeggen heeft is 6 maanden.

19.

De persoon die de baas was van het huishouden in een Romeinse familia noemen we de ...

(a)  

20.

Welke status hadden de patriciërs en de plebejers?

a)

burgers

b)

slaven

c)

niet-burgers

d)

vreemdelingen