wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Economie - Pincode editie 6 Hoofdstuk 1 (herhaling)

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Het maken van keuzes, waarbij het één belangrijker is dan het ander, noem je ...

a)

Koopkracht

b)

Prioriteren

c)

Behoeften

d)

Middelen

2.

Koopkracht is ..

a)

De mate waarin je in je behoeften kunt voorzien

b)

De middelen in zetten

c)

Alle noodzakelijke behoeften bevredigen

d)

Alle luxebehoeften bevredigen

3.

Vrije goederen zijn ..

a)

Goederen waarvoor je middelen in moet zetten om ze te verkrijgen

b)

Goederen die zonder de inzet van middelen te verkrijgen zijn

c)

Water

d)

Een auto

4.

Een speeltuin en een parkeerplaats zijn voorbeelden van ...

a)

Zelfvoorziening

b)

Koopkracht

c)

Goederen en diensten

d)

Collectieve voorzieningen

5.

Als je zonnepanelen gebruikt, doe je aan zelfvoorziening

a)

Waar, want je wekt je eigen energie op. Ondanks de investering, kun je daarna zelfvoorzienend zijn

b)

Niet waar, je koopt de energie van de energiemaatschappij

6.

Het koopgedrag van consumenten kan beïnvloedt worden door ...

a)

Commerciële beïnvloeding

b)

Sociale beïnvloeding

c)

Ontwikkeling van je inkomen

d)

Je leeftijd

7.

In welke stelling staat een juiste reden waarom bedrijven jongeren als een interessante doelgroep zien?

a)

Jongeren hebben over het algemeen veel geld vrij te besteden

b)

Jongeren kiezen toch welke boodschappen hun ouders doen

8.

Je ziet hier ...

a)

Commerciële reclame

b)

Merkreclame

c)

Ideële reclame

d)

Sluikreclame

9.

De 6 p's worden ook wel de ... genoemd

a)

Alles wat een bedrijf doet om de verkopen te laten toenemen

b)

Product, plaats, promotie, prijs, presentatie, personeel

c)

Winst maken

d)

Marketingmix

10.

Wat is een vergelijkend warenonderzoek?

a)

Gelijksoortige artikelen met elkaar op verschillende eigenschappen vergelijken

b)

Spullen testen op hun levensduur

c)

Het heeft iets met de Consumentenbond te maken

d)

Scores geven aan producten

11.

Thijs wil een spelcomputer en een mountainbike. Hij kan beide niet kopen. Hij heeft een tekort aan ...

a)

Middelen

b)

Behoeften

c)

Prioriteiten

12.

Een auto is meestal een secundaire behoefte, toch kan het zijn dat je je auto nodig hebt om naar je werk te gaan. Dan is het een ...

a)

Primaire behoefte

b)

Luxe behoefte

c)

Overige behoefte

d)

Secundaire behoefte

13.

Wie is de doelgroep van deze ideële reclame?

a)

Alcoholisten

b)

Voetballers

c)

Kinderen

d)

Ouders

14.

Welke P hoort bij: Sportzaak Sports4All sponsort sportverenigingen in de omgeving.

a)

Prijs

b)

Plaats

c)

Promotie

d)

Personeel

15.

Welke P hoort bij: Tina heeft een theewinkeltje waar ze producten van 1 merk verkoopt.

a)

Prijs

b)

Plaats

c)

Product

d)

Promotie

16.

Informatie van reviewsites is altijd onpartijdig.

a)

Ja, want ze zijn door consumenten geschreven

b)

Ja, want iedereen kan ze schrijven

c)

Nee, want je kunt niet controleren of ze door consumenten zijn geschreven

d)

Nee, want het is geschreven door producenten

17.

Het nationaal inkomen is een optelsom van ...

a)

alle inkomens uit arbeid en bezit van een land

b)

alle inkomens uit overdrachten en bezit van een land

c)

alle inkomens in natura en uit arbeid van een land

d)

alle inkomens uit overdrachten en in natura van een land

18.

In welke regel staan alleen maar consumentenorganisaties?

a)

Rover, ANWB, Vereniging Eigen Huis en de Consumentenbond

b)

Rover en de Hema

c)

Vereniging Eigen Huis, Fairtrade, Kieskeurig

d)

Gezonde vinkje, Consumentenbond, ANWB

19.

Een keurmerk geeft aan ...

a)

Dat het een goed product is

b)

Dat het product aan bepaalde eisen voldoet

c)

Dat het product gezond is

d)

Dat het product via eerlijke handel is verkregen

20.

Dit keurmerk geeft aan dat het product ....

a)

Eerlijke verhandeld is

b)

Biologisch is

c)

Een goede prijs heeft

d)

Gezond is