wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Communicatie en massamedia

Total questions: 17

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Wat is communicatie?

a)

Communicatie is het overbrengen van informatie van een ontvanger naar zender

b)

Communicatie is het overbrengen van informatie van een zender naar een ontvanger.

c)

Communicatie is het overbrengen van informatie van een lezer naar schrijver.

2.

Over welk aspect spreken we hier? ‘Wanneer ik iets vertel aan mijn moeder, speelt mijn broer op zijn piano.'

a)

Ontvanger

b)

Zender

c)

Ruis

d)

Effect

3.

De leerlingen staan op de speelplaats. Plots gaat de bel. De leerlingen slenteren naar het toilet en verstoppen zich daar. Is de communicatie geslaagd?

a)

Ja

b)

Nee

4.
feedback geven is tijdens het communiceren het gemakkelijkst bij:
a)
directe communicatie
b)
indirecte communicatie
5.
Wat is GEEN communicatie?
a)
Een dagboek bijhouden voor jezelf
b)
Een kruisje dragen
c)
Een documentaire kijken over Zwarte Piet
d)
Een appje sturen naar je moeder
6.

Wat is een voorbeeld voor tweezijdige communicatie?

a)

Een e-mail.

b)

Telefoongesprek.

c)

Een boek.

d)

Toespraak door de koning.

7.

Een wasmiddelenreclame op tv is een voorbeeld van..

a)

persoonlijke communicatie.

b)

non-verbale communicatie.

c)

tweezijdige communicatie.

d)

eenzijdige communicatie.

8.

Wat is een belangrijk kenmerk van massacommunicatie?

a)

Het gaat om meerzijdige communicatie.

b)

De informatie is voor iedereen bedoeld.

c)

Een medium (middel) is noodzakelijk.

d)

Het gaat om verbale communicatie.

9.

Welke twee voorbeelden horen bij het begrip non-verbale communicatie?

a)

Gebarentaal en symbolen.

b)

Twitteren en verkeersborden.

c)

Foto’s en krantenadvertenties.

d)

Vloeken en schilderijen.

10.

Jacobien leest een mooi boek van Carrie Slee uit de bibliotheek. Wie of wat is de zender in deze situatie?

a)

Jacobien.

b)

Het boek.

c)

Carrie Slee.

d)

De bibliotheek.

11.

Appen is een voorbeeld van:

a)

eenzijdige, non-verbale communicatie.

b)

tweezijdige, non-verbale massacommunicatie.

c)

eenzijdige, verbale communicatie.

d)

tweezijdige, verbale communicatie.

12.

Er zijn verschillende vormen van communicatie:

1. massacommunicatie.

2. persoonlijke communicatie.

3. non-verbale communicatie.

4. verbale communicatie.

Als je een e-mail stuurt naar je vrienden is er sprake van:

a)

1 en 2.

b)

1 en 3.

c)

2 en 3.

d)

2 en 4.

13.

Wat is een belangrijk kenmerk van massacommunicatie?

a)

Het gaat om meerzijdige communicatie.

b)

De informatie is voor iedereen bedoeld.

c)

Een (medium) middel is niet noodzakelijk.

d)

Het gaat om verbale communicatie.

14.

Het mobieltje waarmee je een appje kan sturen is het...

a)

Middel

b)

Informatie

15.

Bij social media ben je ...

a)

alleen zender

b)

Zender en ontvanger

16.

Bij massamedia kennen de ontvangers van informatie elkaar

a)

Juist

b)

Onjuist

17.

welk van de volgende is een voorbeeld van massamedia?

a)

een mail van je baas

b)

de website nu.nl

c)

het dagboek van je zus

d)

je diploma