wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Begrippen Drama SO Klas 1

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een tableau vivant?

a)

levende foto

b)

levende scène

c)

levend standbeeld

2.

welk begrip past bij "sterk vertraagde bewegingen"

a)

Freeze

b)

Script

c)

Status

d)

Slow Motion

3.

Mimiek is

a)

gezichtsuitdrukking

b)

lichamelijk

c)

houding

d)

gesprek tussen twee personages

4.

dialoog is

a)

een gesprek tussen twee personages

b)

alleenspraak, spreektekst van één personage

5.

Impuls is

a)

Theater op locatie

b)

Beweegreden voor personage binnen de scène om wat uit te voeren

c)

Toneelkleding die personage, tijd en/of ruimte

karakteriseert

d)

Eerste opwelling, die in spel opkomt en

uitgespeeld wordt

6.

welk begrip past het beste bij "mensen die naar theater kijken"?

a)

Applaus

b)

Publiek

c)

Staande ovatie

d)

Freeze

7.

WIE is

a)

het conflict

b)

de locatie

c)

het personage

8.

Scène is

a)

Deel van een toneelstuk of film

b)

Plaatsing van de acteurs op het speelvlak

c)

Inrichting en aankleding van het toneel

9.

Een ander woord voor rekwisiet is

a)

decor

b)

attribuut

c)

kostuum

d)

handeling

10.

Spanningsopbouw is

a)

Wat het personage zichtbaar uitvoert in de scène

b)

Acteren zonder daarbij te spreken

c)

De speler speelt met beperkte of geen voorbereiding met anderen een scène

d)

Toewerken naar een climax of een oplossing