WorksheetsHet lichaam - Nederlands
Total questions: 19
Worksheet time: 10mins
Name
Class
Date
1.
Waar zie je een hoofd?
a)
b)
c)
d)
2.
waar zie je tanden in een mond?
a)
b)
c)
d)
3.
Op welke foto zie je een arm?
a)
b)
c)
d)
4.
Dit is de buik
a)
b)
c)
d)
5.
Op dit plaatje zie je een rug
a)
b)
c)
d)
6.
Hier zie je darmen.
a)
b)
c)
d)
7.
Dit zijn de billen
a)
b)
c)
d)
8.
Dit zijn de pillen
a)
b)
c)
d)
9.
Dit zijn de tenen
a)
b)
c)
d)
10.
Dit is make-up
a)
b)
c)
d)
11.
rugpijn
a)
b)
c)
d)
12.
Wat is waar? (juist, goed)
a)
Achter: de bil
b)
voor: de rug
c)
voor: de buik
d)
voor: het gezicht
13.
Wat is waar (juist,goed)?
a)
Been = enkel knie, schouder
b)
Arm = enkel, elleboog, schouder
c)
1+ 2 = 3
d)
wenkbrauw en wimper zijn haren
14.
In de mond zit
a)
de tong
b)
de keel
c)
de tand
d)
de kies
15.
wat is waar (juist, goed)?
a)
de borstholte is boven de buik
b)
het hart is in de buik
c)
De long is in de borsholte
d)
Tenen hebben geen nagels
16.
Wat hoort er niet bij?
a)
Zeep
b)
tandpasta
c)
deodorant
d)
lunch
17.
waar zie je het voorhoofd
a)
b)
c)
d)
18.
waar zie je de wang?
a)
b)
c)
d)
19.
op welk plaatje zie je haar
a)
b)
c)
d)
100 %
