wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

hoofdstuk 7

Total questions: 10

Worksheet time: 3hrs 30mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het verschil tussen een zwaar deeg en een licht deeg?

a)

Zwaar deeg: weinig boter en meer suiker, licht deeg: veel boter en minder suiker.

b)

Zwaar deeg: veel boter en veel suiker, licht deeg: weinig boter en weinig suiker.

c)

Zwaar deeg: weinig boter en meer bloem, licht deeg: veel boter minder bloem.

d)

Zwaar deeg: weinig bloem en meer suiker, licht deeg: veel boter minder bloem.

2.

Welke drie suikersoorten kun je voor een maken van een boterdeeg gebruiken?

a)

Witte basterdsuiker, suikernibs, melissuiker

b)

Basterdsuiker, melissuiker, poedersuiker

c)

Bruine basterdsuiker, poedersuiker, kandijsuiker

d)

Melissuiker of poedersuiker

3.

Wat is de functie van bloem in een boterdeeg?

a)

Bloem geeft stevigheid aan het koekje.

b)

Bloem geeft kleur aan het koekje.

c)

Bloem geeft smaak aan het koekje.

d)

Bloem geeft smeuigheid aan het koekje

4.

Welk van onderstaande (hulp)grondstoffen geeft drijfkracht tijdens het bakproces?

a)

Bloem

b)

Zout

c)

Boter

d)

Garnituren

5.

Hoe wordt bladerdeeg ook wel genoemd?

a)

Franse korst

b)

Hollandse korst

c)

Feuilleteedeeg of korstdeeg

d)

Snelkorst

6.

Wat betekent de term coaguleren?

a)

Het uitlopen van de vetstof.

b)

Het stremmen van eiwitten tijdens het bakken.

c)

De bladerende werking tijdens het bakken

d)

Het kleuren van het bladerdeeg

7.

Hoelang is een korstdeeg in de koeling houdbaar als je het bewaart zoals op de afbeelding?

a)

enkele dagen

b)

een jaar

c)

twee weken

d)

een maand

8.

Waarom is het belangrijk om steeds het overtollige bloem van het bladerdeeg af te stoffen met een bankstoffertje?

a)

Anders wordt het bladerdeeg te wit van kleur.

b)

Anders raken de verhoudingen boter/bloem in de war.

c)

Anders droogt het bladerdeeg uit.

d)

Anders brandt het eindproduct eerder aan

9.

Producten van bladerdeeg bak je in een oven van ……………..

a)

180-190°C

b)

190-200°C

c)

200-240°C

d)

220-240°C

10.

Aan sommige boterdegen wordt minder vetstof toegevoegd. Hierdoor krijg je een

minder bros koekje. Om zo’n koekje toch bros te maken, kun je …………………….

toevoegen.

a)

Suiker

b)

Boter

c)

Werkende stoffen

d)

Garnituren