wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

M4. H6 Start Zuren

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Als iets een pH van 11 heeft, dan is het....

a)

Zuur

b)

Basisch

c)

Neutraal

2.

Water heeft een pH van

a)

3

b)

7

c)

10

d)

14

3.

Een stof die een andere stof aantoont noem je een....

a)

Isolator

b)

Indicator

c)

Zuur

d)

Base

4.

Met welke indicator kun je het nauwkeurigste de pH bepalen?

a)

Fenoftaliene

b)

Lakmoes

c)

Rode kool sap

5.

Als Fenolftaleine is toegevoegd aan een oplossing en de oplossing is paars geworden. Wat weet je dan over de pH

a)

De pH is onder de 7

b)

De pH is onder de 9

c)

De pH is boven de 9

d)

Je kunt nog niks zeggen

6.

Als een neutrale oplossing zuur wordt gemaakt. wat gebeurt er dan met de pH

a)

De pH gaat omhoog

b)

De pH gaat omlaag

c)

De pH blijft hetzelfde

7.

Welke formule zit er in jouw eigen maagsap?

a)

HCl

b)

HNO3

c)

Hac

d)

H3PO4

8.

Maak de reactie af.

Zuurmolecuul --> Waterstof-ion+ ..........

a)

Een zuur

b)

Een zuurrest

c)

Een ion

d)

Een zuurrest-ion

9.

Hoe heet dit ion NO3-

a)

Chloride ion

b)

Nitraat ion

c)

Sulfaat ion

d)

Fosfaat ion

10.

Waar zit zwavelzuur in?

a)

in mest

b)

In explosieven

c)

In accu's

d)

in schoonmaakmiddel

11.

—Een zuur is een stof die ..........

a)

een H+ kan afstaan

b)

een H+ kan opnemen

c)

een ion kan worden

d)

heel zuur smaakt

12.

Als iets zuur is, proef je dat altijd

a)

waar

b)

niet waar