wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

M4 taalverzorging H3 Nieuw Nederlands 5e ed.

Total questions: 30

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Goede spelwijze?

a)

pannekoek

b)

pannenkoek

2.

Goede spelwijze?

a)

Groentesoep

b)

groentensoep

3.

Goede spelwijze?

a)

leraarskamer

b)

lerarenkamer

c)

leraarkamer

d)

lerarekamer

4.

Goede spelwijze?

a)

apenkots

b)

apekots

5.

goede spelwijze?

a)

apentrots

b)

apetrots

c)

beide antwoorden zijn goed

6.

Goede spelwijze?

a)

zonnenstelsel

b)

zonnestelsel

7.

Goede spelwijze?

a)

roggebrood

b)

roggenbrood

8.

Goede spelwijze?

a)

kattekwaad

b)

kattenkwaad

c)

allebei de antwoorden zijn goed

9.

Goede spelwijze?

a)

ziektebeeld

b)

ziektenbeeld

10.

Goede spelwijze?

a)

beregoed

b)

berengoed

c)

beide antwoorden zijn goed

11.

Goede spelwijze?

a)

verkiezingstrijd

b)

verkiezingsstrijd

12.

Goede spelwijze?

a)

kippesoep

b)

kippensoep

c)

beide antwoorden zijn goed

13.

Goede spelwijze?

a)

Hij betaald op tijd

b)

Hij betaaldt op tijd

c)

Hij betaalt op tijd

14.

Goede spelwijze?

a)

Martine heeft mij dat beloofd

b)

Martine heeft mij dat belooft

c)

Martine heeft mij dat beloofdt

15.

Goede spelwijze?

a)

Dat gebeurt elke keer

b)

Dat gebeurd elke keer

c)

Dat gebeurdt elke keer

16.

Goede spelwijze?

a)

Zij heeft de stof herhaalt

b)

Zij heeft de stof herhaaldt

c)

Zij heeft de stof herhaald

17.

Goede spelwijze?

a)

Wie vermeld dat bericht?

b)

Wie vermelt dat bericht?

c)

Wie vermeldt dat bericht?

18.

Goede spelwijze?

a)

Dat zand verstuifd erg

b)

Dat zand verstuifdt erg

c)

Dat zand verstuift erg

19.

Goede spelwijze?

a)

Wie heeft jou dat verteld?

b)

Wie heeft jou dat vertelt?

c)

Wie heeft jou dat verteldt?

20.

Goede spelwijze?

a)

Het meisje verleidt de jongen

b)

Het meisje verleit de jongen

c)

Het meisje verleid de jongen

21.

Goede spelwijze?

a)

Ik heb veel geld bespaart

b)

Ik heb veel geld bespaard

c)

Ik heb veel geld bespaardt

22.

Goede spelwijze?

a)

Dat bespaard mij veel geld

b)

Dat bespaardt mij veel geld

c)

Dat bespaart mij veel geld

23.

Het meisje die op dat paard rijdt....

a)

goed

b)

fout

24.

De oom waarmee ik naar de super ga

a)

goed

b)

fout

25.

Het gereedschap dat zo duur is

a)

goed

b)

fout

26.

Mijn zusje die naar groep 8 gaat

a)

goed

b)

fout

27.

Mijn zusje waarmee ik een werkstuk maak

a)

goed

b)

fout

28.

De jury heeft beslist. Ze hebben een bijzonder besluit genomen.

a)

goed

b)

fout

29.

De vereniging heeft haar statuten bijgewerkt.

a)

goed

b)

fout

30.

De oude man van wie wij het advies aannemen.

a)

goed

b)

fout