Font size
WorksheetsToegangsticket zin in zinnen
Total questions: 59
Worksheet time: 32mins
Wat is de pv: Wij zijn op tijd naar huis gegaan.
naar huis
wij
gegaan
zijn
Wat is de pv: Wie brengt de post naar de brievenbus?
Wie
brengt
de post
de brievenbus
Wat is de pv: Mijn vader viert zijn verjaardag morgen.
Mijn vader
viert
zijn
morgen
Wanneer spreekt men van een WWG?
Wanneer iemand iets doet.
Wanneer iemand iets is.
Wanneer spreekt men van een NWG?
Wanneer iemand iets doet.
Wanneer iemand iets is.
We hebben onze tanden gepoetst.
WWG
NWG
De leerkracht blijft ons maar oefeningen geven!
WWG
NWG
Ik zou dat niet meer hebben opgegeten!
WWG
NWG
In augustus word ik eindelijk 16 jaar!
WWG
NWG
Ik zal nog hard moeten studeren!
WWG
NWG
De meeste kinderen lusten graag snoep en chips.
WWG
NWG
Stamina blijft de leukste school!
WWG
NWG
Deze winter was best warm.
WWG
NWG
Hij zal het zolderraam openzetten.
wwg = pv
wwg = pv + vd
wwg = pv + adpv
wwg = pv + inf
Door het open raam komt de muziek van het feest schuin aan de overkant binnen.
wwg = pv
wwg = pv + wdn vn
wwg = pv + adpv
wwg = pv + inf + inf
Hij ergert zich aan het geluid.
wwg = pv
wwg = pv + adpv
wwg = pv + vd
wwg = pv + wdn vn
Je hebt ons kind wakker gemaakt!
wwg = pv
wwg = pv + adpv
wwg = pv + vd
wwg = pv + inf
Het gehuil wordt alleen maar erger.
wwg = wordt erger
nwg = wordt erger
nwg = wordt
Hij zet de warme kraan aan.
wwg = hij zet
wwg = zet
wwg = zet aan
o = de warme kraan
De boiler is nog steeds niet gemaakt.
wwg = is gemaakt
nwg = is gemaakt
wwg = is niet gemaakt
nwg = is
Het water blijft koud.
wwg
nwg
Welke uitspraak over het lijdend voorwerp is waar?
Het lijdend voorwerp begint altijd met een voorzetsel.
Het lijdend voorwerp van een zin kun je vinden met de vraag ‘Wat (of Wie) + werkwoordelijk gezegde?’
Het zinsdeel lijdend voorwerp is de persoon die iets ‘overkomt’ of het voorwerp dat iets ‘ondergaat’.
welke werkwoorden kunnen géén lijdend voorwerp bij zich hebben?
helpen
roepen
timmeren
uitleggen
voetballen
Welke werkwoorden kunnen géén lijdend voorwerp bij zich hebben? (Let op: er zijn meerdere antwoorden mogelijk!)
bakken
kiezen
logeren
sjoelen
tegenhouden
De vraag die je stelt om het meewerkend voorwerp te vinden:
Wie of wat + onderwerp + gezegde?
Wie of wat + alle andere zinsdelen?
Aan/ voor + wie/ wat + gezegde + onderwerp + lijdend voorwerp?
Waarom + werkwoord + onderwerp + dit?
Onze wiskundeleraar leerde ons gisteren de stelling van Pythagoras.
Onze wiskundeleraar leerde ons gisteren de stelling van Pythagoras.
Onze wiskundeleraar leerde ons gisteren de stelling van Pythagoras.
Onze wiskundeleraar leerde ons gisteren de stelling van Pythagoras.
Welk werkwoord en voorzetsel vormen geen vaste combinatie?
spelen in
verlangen naar
zich vergissen in
zich ergeren aan
Zinsdelen die je gemakkelijk kunt weglaten (ook, wel, niet, toch) zijn:
voorzetsel voorwerpen
meewerkend voorwerpen
lijdend voorwerpen
bijwoordelijke bepalingen
Welke uitspraak over het voorzetselvoorwerp (vzv) is niet waar?
Een vzv kun je weglaten.
Een vzv begint altijd met een voorzetsel.
Een vzv kan zowel bij een WWG als een NWG voorkomen.
Bij een vzv is het voorzetsel figuurlijk gebruikt.
Wat is het voorzetselvoorwerp in deze zin?
Wat is het voorzetselvoorwerp in onderstaande zin?
Op de open dag genoten Wim en Rika van een mooie voorstelling.
Op de open dag
van een mooie voorstelling
Er zit geen vzv in
Een voorwerp of een object is noodzakelijk voor een goed begrip van de zin. Een bepaling bevat extra informatie, die kan je zonder groot betekenisverlies weglaten.
Is het onderstreepte zinsdeel een voorwerp of een bepaling?
Ik kocht in de bakkerij een brood.
voorwerp
bepaling
Grootvader zat in de schommelstoel.
voorwerp
bepaling
Caroline woont in Sint-Michiels.
voorwerp
bepaling
Het belandde in de vuilnisbak.
voorwerp
bepaling
Een ander woord voor voorwerp is object. Zo heb je een plaatsobject, richtingsobject, maatobject.
Welk object wordt gebruikt in de volgende zinnen?
Ik ga naar Spanje.
plaatsobject
richtingsobject
maatobject
(bijwoordelijke) bepaling
Ik haal de kip uit de oven.
plaatsobject
richtingsobject
maatobject
bepaling
Na de lessen rep ik me naar de muziekschool.
plaatsobject
richtingsobject
maatobject
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
De zetel kost 300 euro.
plaatsobject
richtingsobject
maatobject
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
