Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Het Hart

Total questions: 27

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Het menselijk hart bestaat uit...

a)

2 boezems en 2 kamers

b)

1 boezem en 3 kamers

c)

3 boezems en 1 kamer

2.

Een slagader gaat van ... naar ...

a)

het hart naar een ander orgaan

b)

een orgaan naar het hart

3.

De linker en rechter kamer zijn volledig van elkaar gescheiden.

a)

Fout

b)

Juist

4.

het hart van een volwassene weegt ongeveer:

a)

100 gram

b)

250 gram

c)

500 gram

d)

750 gram

5.
Hoe heet onderdeel 1
a)
Linkerboezem
b)
Llinkerkamer
c)
Rechterboezem
d)
Rechterkamer
6.
Hoe heet onderdeel 3
a)
aorta
b)
bovenste holle ader
c)
onderste holle ader
d)
kransslagader
7.
Met welke nummer wordt  linkerkamer aangeven?
a)
7
b)
9
c)
10
d)
12
8.
Met welke nummer word de longslagader aangeven?
a)
2
b)
4
c)
5
d)
6
9.
Iemand heeft longontsteking hiertegen medicijnen. Via welke weg komen de geslikte medicijnen, na opnamen in het bloed, in de cellen van de longen terecht?
a)
Via de grote en de kleine bloedsomloop
b)
alleen via de kleine bloedsomloop
c)
Alleen via de grote bloedsomloop
d)
Niet via de kleine en via de grote bloedsomloop
10.
Het hart heeft veel spierweefsel.
Welk deel van het hart is het meest gespierd?
a)
Linkerboezem
b)
Rechterboezem
c)
Linkerkamer
d)
Rechterkamer
11.
Bij welke  aandoening heb je een bloedstolsel binnen een bloedvat, zoals bijvoorbeeld in je been?
a)
Hartinfarct
b)
Trombose
c)
Bloedarmoede
d)
aderverkalking
12.

Welk groot bloedvat ontspringt uit de rechterkamer van het hart?

a)

longader

b)

longslagader

c)

aorta

d)

holle ader

13.

Wat is het grootste bloedvat van ons lichaam?

a)

aorta

b)

longslagader

c)

poortader

d)

borstbuis

14.

In welk deel van de bloedsomloop zal de zuurstof concentratie onder normale omstandigheden het hoogst zijn?

a)

longslagader

b)

longader

c)

poortader

d)

holle ader

15.

Via de kransslagaders stroomt bloed naar het hartspierweefsel en via de kransaders stroomt het bloed er weer uit. Daarna gaat dit bloed verder door het lichaam.

In welk deel van het hart zal dit bloed vervolgens als eerste komen?

a)

rechterboezem

b)

rechterkamer

c)

linkerboezem

d)

linkerkamer

16.

Wat is het eerstvolgende onderdeel van de bloedsomloop waar het bloed doorheen stroomt na de rechterkamer?

a)

longslagader

b)

rechterboezem

c)

longader

d)

aorta

17.

Hoe worden de grote en de kleine bloedsomloop genoemd?

a)

algemene bloedsomloop

b)

menselijke bloedsomloop

c)

dubbele bloedsomloop

18.

Waar gaat de grote bloedsomloop naar toe?

a)

alle organen van het lichaam

b)

de longen

c)

de hersenen

19.

Waar gaat de kleine bloedsomloop naar toe?

a)

de hersenen

b)

alle organen

c)

de longen

d)

de darmen

20.

Waar komt het bloed het hart binnen?

a)

in de boezems

b)

in de kamers

21.

Welke helft van het hart bevat bloed met veel zuurstof?

a)

rechterhelft

b)

linkerhelft

22.

Wat is de functie van hartkleppen?

a)

zorgen ervoor dat het bloed sneller stroomt

b)

zorgen ervoor dat het bloed niet terug kan stromen

c)

zorgt ervoor dat het bloed niet kan klonteren

23.

Waar zitten de halvemaansvormige kleppen?

a)

tussen boezem en kamer

b)

aan het begin van de aorta

c)

aan het begin van de longslagader

d)

aan het begin van de longader

24.

Hoe noemen we deze kleppen?

a)

hartkleppen

b)

halvemaanvormige kleppen

25.

Hoe noemen we deel 2?

a)

longslagader

b)

longader

c)

aorta

d)

holle ader

26.

De rechterboezem en rechterkamer pompen het bloed door de?

a)

Grote bloedsomloop

b)

Kleine bloedsomloop

27.

Het bloed in de longslagaders bevat zuurstofrijk bloed

a)

juist

b)

onjuist