wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voorbereidingsquiz SB7&8 (wetenschappelijk werk)

Total questions: 47

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.

Geef het meest correcte antwoord:

Limonade is een...

a)

Mengsel

b)

Zuivere stof

c)

Oplossing

d)

Oplosmiddel

e)

Suspensie

2.

Geef het meest correcte antwoord:

Sinaasappelsap (met pulp) is een...

a)

Mengsel

b)

Zuivere stof

c)

Oplossing

d)

Oplosmiddel

e)

Suspensie

3.

Bij zeewater is het water...

a)

...een opgeloste stof.

b)

...de oplossing.

c)

...het oplosmiddel.

4.

Een oplossing is homogeen wanneer ze van elke stof per milliliter overal...

a)

...evenveel moleculen bevat.

b)

...een verschillend aantal moleculen bevat.

5.

Bij welke fractie hoort verf thuis?

a)

PMD-fractie

b)

GFT-fractie

c)

KGA-fractie

d)

restafvalfractie

e)

een andere fractie

6.

Bij welke fractie horen cd's en dvd's thuis?

a)

PMD-fractie

b)

GFT-fractie

c)

KGA-fractie

d)

restafvalfractie

e)

een andere fractie

7.

Bij welke fractie horen lege spuitbussen thuis?

a)

PMD-fractie

b)

GFT-fractie

c)

KGA-fractie

d)

restafvalfractie

e)

een andere fractie

8.

Welk begrip hoort bij nr. 1?

a)

Filtraat

b)

Residu

c)

Poriën

d)

Destillaat

9.

Welk begrip hoort bij nr. 2?

a)

Filtraat

b)

Residu

c)

Poriën

d)

Destillaat

10.

Welke scheidingsmethode wordt hier afgebeeld?

a)

Filtreren

b)

Bezinken en decanteren

c)

Indampen

d)

Centrifugeren

e)

Destilleren

11.

Welke scheidingsmethode wordt hier afgebeeld?

a)

Filtreren

b)

Bezinken en decanteren

c)

Indampen

d)

Centrifugeren

e)

Destilleren

12.

Welke scheidingsmethode wordt hier afgebeeld?

a)

Filtreren

b)

Bezinken en decanteren

c)

Indampen

d)

Centrifugeren

e)

Destilleren

13.

Bij welk nr. hoort "destillaat"?

a)

1

b)

2

c)

3

14.

Welke scheidingsmethode wordt hier afgebeeld?

a)

Filtreren

b)

Bezinken en decanteren

c)

Indampen

d)

Centrifugeren

e)

Destilleren

15.

IJzer wordt aangetrokken door een magneet, het is dus een...

a)

ferrometaal.

b)

non-ferrometaal.

16.

Koper wordt niet aangetrokken door een magneet, het is dus een...

a)

ferrometaal.

b)

non-ferrometaal.

17.

Welke scheidingsmethode gebruik je om bv. zuurstof uit lucht af te scheiden?

a)

Destilleren

b)

Indampen

c)

Condenseren

d)

Chromatografisch scheiden

e)

Centrifugeren

18.

Welke scheidingsmethode wordt hier afgebeeld?

a)

Filtreren

b)

Chromatografisch scheiden

c)

Indampen

d)

Centrifugeren

e)

Destilleren

19.

Duid de scheidingsmethode(s) aan die steunt/steunen op de volgende eigenschap:

kookpunt.

a)

Filtreren

b)

Indampen

c)

Condenseren

d)

Chromatografisch scheiden

e)

Bezinken en decanteren

20.

Duid de scheidingsmethode(s) aan die steunt/steunen op de volgende eigenschap:

grootte van de voorwerpen.

a)

Filtreren

b)

Indampen

c)

Condenseren

d)

Chromatografisch scheiden

e)

Bezinken en decanteren

21.

Duid de scheidingsmethode(s) aan die steunt/steunen op de volgende eigenschap:

snelheid van materiedeeltjes.

a)

Filtreren

b)

Indampen

c)

Condenseren

d)

Chromatografisch scheiden

e)

Bezinken en decanteren

22.

Op welke afbeelding wordt het kristal met zuivere koolstof weergegeven?

a)
b)
c)
d)
23.

 8 H3PO48\ H_3PO_4  
Hoeveel atoomsoorten?

a)

8

b)

3

c)

4

d)

2

e)

ander antwoord

24.

 8 H3PO48\ H_3PO_4  
Hoeveel atomen?

a)

8

b)

64

c)

56

d)

ander antwoord

25.

 10 C9H11NO310\ C_9H_{11}NO_3  
Hoeveel moleculen?

a)

10

b)

24

c)

23

d)

ander antwoord

26.

 10 C9H11NO310\ C_9H_{11}NO_3  
Hoeveel atoomsoorten?

a)

3

b)

4

c)

10

d)

24

e)

ander antwoord

27.

 10 C9H11NO310\ C_9H_{11}NO_3  
Hoeveel atomen?

a)

100

b)

240

c)

230

d)

ander antwoord

28.

Bij welk nr. wordt "signaalwoord" aangeduid?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

29.

Bij welk nr. wordt "gevaarsymbool" aangeduid?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

30.

"Vat spontaan vlam bij blootstelling aan lucht."

Welke soort zin is dit?

a)

H-zin

b)

P-zin

31.

"Dodelijk bij contact met de huid en bij inademing."

Welke soort zin is dit?

a)

H-zin

b)

P-zin

32.

"Bevat sterk gekoeld gas; kan cryogene brandwonden of letsel veroorzaken."

Welke soort zin is dit?

a)

H-zin

b)

P-zin

33.

"Kan explosief reageren zelfs in afwezigheid van lucht."

Welke soort zin is dit?

a)

H-zin

b)

P-zin

34.

"Buiten het bereik van kinderen houden."

Welke soort zin is dit?

a)

H-zin

b)

P-zin

35.

"Uitsluitend vonkvrij gereedschap gebruiken."

Welke soort zin is dit?

a)

H-zin

b)

P-zin

36.

"Na inademing: onmiddellijk een arts raadplegen."

Welke soort zin is dit?

a)

H-zin

b)

P-zin

37.

"Contact met de ogen, de huid of de kleding vermijden."

Welke soort zin is dit?

a)

H-zin

b)

P-zin

38.

Welke pictogram hoort bij:

"ontplofbaar"?

a)
b)
c)
d)
e)
39.

Welke pictogram hoort bij:

"brandbevorderend"?

a)
b)
c)
d)
e)
40.

Welke pictogram hoort bij:

"giftig"?

a)
b)
c)
d)
e)
41.

Bij welk nr. hoort "kathode"?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

42.

Bij welk nr. hoort "anode"?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

43.

Bij welk nr. hoort "elektrolyt"?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

44.

Welke uitspraak is correct?

a)

Bij een elektrolyse ontstaat H2H_2 bij de kathode.

b)

Bij een elektrolyse ontstaat H_2 bij de anode.

45.

Een neerslagreactie gebeurt wanneer met de atomen van de reagerende stoffen een nieuwe stof gevormd wordt die ... is en bezinkt.

a)

oplosbaar

b)

onoplosbaar

46.

"Oxidatie is een synoniem voor verbranding."

a)

Deze bewering is correct.

b)

Deze bewering is fout.

47.

"Koperpoeder in een vlam zorgt voor een groene kleur."

Van welke chemische reactie is dit een voorbeeld?

a)

Elektrolyse

b)

Neerslagreactie

c)

Oxidatie

d)

Ontkalking