wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Spelling werkwoorden

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Die minister (worden) de nieuwe minister.

a)

word

b)

wordt

c)

wort

2.

Zij (lachen) altijd als ik haar zie.

a)

lach

b)

lachd

c)

lacht

d)

lachdt

3.

Het is jammer dat zoiets (gebeuren).

a)

gebeurd

b)

gebeurdt

c)

gebeur

d)

gebeurt

4.

(antwoorden) je liever niet op die vraag?

a)

antwoord

b)

antwoordt

c)

antwoort

5.

(melden) je broer zich aan bij het leger?

a)

meldt

b)

meld

c)

melt

6.

De fietser (trappen) naast zijn pedalen en (verliezen) de controle over zijn stuur.

a)

trapte - verloor

b)

trapten - verliesde

c)

trapten - verloor

d)

trapte - verliesde

7.

De leerlingen (snappen) de vraag niet zo goed.

a)

snapte

b)

snaptte

c)

snapten

d)

snaptten

8.

Mijn zus (rusten) nog wat uit voor ze aan die tweede sessie (beginnen).

a)

rustte - beginde

b)

rustte - begon

c)

rustten - beginde

d)

rustten - begon

9.

De instructeurs (begeleiden) de beginnelingen tijdens die rafting vorige week.

a)

begeleidde

b)

begeleide

c)

begeleidden

d)

begeleiden

10.

Zij hadden hun kat (sturen) naar die vergadering.

a)

verstuurt

b)

verstuurd

c)

gestuurt

d)

gestuurd

11.

Die finalisten hadden een prima act (bedenken).

a)

bedenkt

b)

bedonken

c)

bedacht

d)

bedankt

12.

Mijn opa heeft zijn ganse leven in de textielsector (werken)

a)

gewerkt

b)

gewarkt

c)

gewerked

d)

gewerkd

13.

Die voorbijganger had gezien hoe het meisje werd (ontvoeren).

a)

ontviert

b)

ontvierd

c)

ontvoeren

d)

ontvoerd

14.

Die medeleerling kwam uit Wallonië en was naar hier (verhuizen).

a)

verhuizen

b)

verhuist

c)

verhuisd

15.

Wat is de imperatief van het werkwoord in de zin: 'Hij lustte wel een glaasje wijn.'?

a)

lust

b)

lus

c)

lustt

16.

Wat is de imperatief van 'zijn'?

a)

zijt

b)

ben

c)

is

d)

wees

17.

Hoe vorm je de imperatief?

a)

werkwoord - en

b)

de stam