wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Sensor hfd. 4 Electriciteit en veiligheid

Total questions: 30

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Wat geef je met de weerstand aan?

a)

geef je aan hoe gemakkelijk stroom door een draad kan gaan.

b)

geef je aan hoe gemakkelijk spanning door een draad kan gaan

2.

Het symbool voor weerstand is

a)

W

b)

U

c)

R

d)

V

3.

De eenheid van weerstand is

a)

Volt

b)

Ampére

c)

Ohm

4.

De wet van Ohm is

a)

weerstand = spanning : stroomsterkte

b)

weerstand = spanning x stroomsterkte

c)

weerstand = stroomsterkte : spanning

5.

Het symbool voor spanning is

a)

R

b)

S

c)

U

d)

V

6.

De eenheid van spanning is

a)

Volt

b)

Ampére

c)

Ohm

d)

Watt

7.

Het symbool van de stroomsterkte is

a)

V

b)

S

c)

I

d)

A

8.

De eenheid van de stroomsterkte is

a)

Volt

b)

Ampére

c)

Ohm

d)

Watt

9.

Het symbool van Energie is

a)

E

b)

W

c)

J

d)

S

10.

De eenheid van Energie is

a)

Joule

b)

Ohm

c)

Watt

11.

Het symbool van Vermogen is

a)

V

b)

P

c)

W

12.

De eenheid van Vermogen is

a)

Ohm

b)

Joule

c)

Volt

d)

Watt

13.

De formule voor vermogen is:

a)

P = U x I

b)

P = U : I

c)

P = I : U

d)

P = I x U

14.

1 kiloJoule (kJ) = ......... Joule (J)

a)

10

b)

`100

c)

1000

d)

10000

15.

De eenheid van energiegebruik is

a)

kWh

b)

k

c)

W

d)

h

16.

De formule voor energiegebruik is

a)

energiegebruik = vermogen : tijd

b)

energiegebruik = tijd : vermogen

c)

energiegebruik = vermogen x tijd

17.

Weerstandjes bestaan uit een dun laagje .......... op een glasstaafje.

a)

houtsnippers

b)

ijzer

c)

koolstof

d)

zilver

18.

De formule voor de vervangingsweerstand is

a)

vervangingsweerstand = R1 + R2 + R3 + R4 .....

b)

Vervangingsweerstand = R1 - R2 - R3 - R4 .......

19.

Waarop reageert een NTC

a)

Temperatuur

b)

Licht

c)

Geluid

20.

Waarop reageert een LDR

a)

Temperatuur

b)

Licht

c)

Geluid

21.

NTC : bij een hoge temperatuur is er een lage weerstand

a)

Ja

b)

Nee

22.

LDR : Bij weinig licht is er een lage weerstand

a)

Ja

b)

Nee

23.

Vanuit de meterkast lopen leidingen naar verschillende .........

a)

andere meterkasten

b)

lichtpunten

c)

groepen

d)

stopcontacten

24.

De draad met een bruine kleur is de ?

a)

Fasedraad

b)

Nuldraad

c)

schakeldraad

d)

aardedraad

25.

De nuldraad heeft de kleur ......

a)

bruin

b)

blauw

c)

zwart

d)

geelgroen

26.

Staat de schakeldraad onder spanning?

a)

Altijd

b)

Nooit

c)

Alleen als de lamp aan staat

d)

Alleen als de lamp uit staat

27.

Wat is de functie van de aardedraad?

a)

verbindt metalen buitenkant apparaat met de aarde

b)

verbindt schakelaars met lichtpunten

28.

Hoe heet een apparaat waarmee je kunt bepalen of de spanning van de installatie af is?

a)

Stroomzoeker

b)

Spanningzoeker

c)

Vermogenzoeker

d)

Energiezoeker

29.

Windmolens vormen een duurzame energiebron

a)

Waar

b)

Niet waar

30.

Een weerstand van 50 Ohm en 100 Ohm staan naast elkaar in de stroomkring. Wat is de vervangingsweerstand?

a)

50 Ohm

b)

75 Ohm

c)

100 Ohm

d)

150 Ohm

e)

200 Ohm