NEW
Font size
WorksheetsVoorzetsel
Total questions: 15
Worksheet time: 30mins
Wat is het voorzetsel in onderstaande zin?
Ik ben benieuwd naar de cijfers.
ben
benieuwd
naar
de
Wat is het voorzetsel in onderstaande zin?
De pen ligt op de tafel.
de
ligt
op
tafel
Wat is het voorzetsel/ zijn de voorzetsels in onderstaande zin?
Ik ging helemaal op in het taalspelletje.
op
in
op, in
op, in, het
Wat is het voorzetsel/ zijn de voorzetsels in onderstaande zin?
Hij speelde de eerste wedstrijd in aanwezigheid van zijn hele familie.
speelde
in
van
in, van
Wat is het voorzetsel/ zijn de voorzetsels in onderstaande zin?
Op de kast ligt een mooi boek.
op
op, de
ligt
een
Wat is het voorzetsel/ zijn de voorzetsels in onderstaande zin?
Ik ga met de trein naar mijn werk.
met
naar
met, naar
met, naar, mijn
Wat is het voorzetsel in onderstaande zin?
Hij reisde de hele wereld over.
reisde
hele
over
Wat is het voorzetsel in onderstaande zin?
Onder het kleed lag veel stof.
het
lag
veel
onder
Wat is het voorzetsel/ zijn de voorzetsels in onderstaande zin?
De inbreker stond achter de deur.
stond
achter
stond, achter
stond, achter, de
Wat is het voorzetsel/ zijn de voorzetsels in onderstaande zin?
Op het aanrecht ligt een theezakje.
op
het
op, het
het, ligt
Wat is het voorzetsel/ zijn de voorzetsels in onderstaande zin?
Onder de auto ligt een snoeppapiertje.
onder, ligt
onder
ligt
onder, de, ligt
Wat is het voorzetsel in onderstaande zin?
Ik ga morgen naar mijn oma.
ga
morgen
naar
mijn
Wat is het voorzetsel in onderstaande zin?
De meisjes kijken elkaar verbaasd aan.
De
aan
verbaasd
Deze zin bevat geen voorzetsel
Wat is het voorzetsel/ zijn de voorzetsels in onderstaande zin?
In de stad ben ik van hot naar het gelopen.
in
in, van
in, van, naar
Deze zin bevat geen voorzetsel
Wat is het voorzetsel in onderstaande zin?
Ik ga maar af op wat de dokter zegt.
af
op
wat
Deze zin heeft geen voorzetsel.
