Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

HV1 - TvG Hoofdstuk 6 (6.1 & 6.2) Licht op de Middeleeuwen

Total questions: 16

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat wordt bedoeld met standenmaatschappij?

a)

De stand van de samenleving

b)

Een samenleving met indeling in standen (lagen)

c)

Een samenleving met maatschappelijke standen

d)

Standen in de samenleving

2.

Welke groep hoort bij de eerste stand?

a)

De Adel

b)

De Boeren

c)

De Burgers

d)

De Geestelijken

3.

Welke groep hoort bij de tweede stand?

a)

De Adel

b)

De Boeren

c)

De Burgers

d)

De Geestelijken

4.

Welke uitspraak over de derde stand is juist?

a)

De derde stand bestaat eerst uit burgers, daarna ook boeren

b)

De derde stand bestaat eerst uit boeren, daarna ook burgers

c)

De derde stand bestaat voor het meest uit burgers

d)

De derde stand heeft het minste leden van alle standen

5.

Welke groep hoort bij de Grote Volksverhuizingen?

a)

Germaanse stammen

b)

Noormannen

c)

Romeinen

d)

Vikingen

6.

Onder leiding van welke koning ontstond het Frankische Rijk?

a)

Clovis

b)

Karel de Grote

c)

Leo III

d)

Willem van Normandië

7.

In welk jaar werd Karel de Grote koning van de Franken?

a)

481

b)

768

c)

795

d)

800

8.

In welk jaar kroonde Paus Leo III Karel de Grote tot keizer?

a)

481

b)

768

c)

795

d)

800

9.

Wat is een ander woord voor feodalisme?

a)

Domeinstelsel

b)

Drieslagstelsel

c)

Hofstelsel

d)

Leenstelsel

10.

Welke uitspraak over een vazal is juist?

a)

Een vazal is onderdeel van de derde stand

b)

Een vazal is altijd iemand uit van de adel

c)

Een vazal is altijd iemand van de geestelijkheid

d)

Zowel edelen als geestelijken konden vazal zijn

11.

Juist of Onjuist:


Een leenman leent grond uit aan een leenheer

a)

JUIST

b)

ONJUIST

12.

Welke missionaris(sen) bracht(en) het christendom naar Nederland?

a)

Bonifatius

b)

Willibrord

c)

Bonifatius en Willibrord

d)

Geen van beide

13.

Wat is een klooster?

a)

Een gebouw waar geestelijken leven in dienst van God

b)

Een soort kerk

c)

Een soort bibliotheek

d)

Een gebouw waar altijd teksten uit de Oudheid worden bewaard

14.

Wat is GEEN plicht van de leenman tegenover de leenheer

a)

Gebied lenen van de leenheer

b)

Leenheer helpen met de rechtspraak

c)

Leenheer helpen met het bestuur

d)

Soldaten leveren aan de leenheer

15.

Wat is de Karolingische Renaissance?

a)

Een ander woord voor leenstelsel

b)

Een ander woord voor standenmaatschappij

c)

Opleving van kunst en cultuur in de tijd van Karel de Grote

d)

Veroveren van andere volken door Karel de Grote

16.

Om welke reden waren kloosters belangrijk in de Middeleeuwen?

a)

Hier konden mensen zich terugtrekken uit de 'zondige wereld'

b)

Nonnen en monniken konden lezen en schrijven

c)

Kloosters hadden een bibliotheek met teksten uit de Oudheid

d)

Alle antwoorden zijn juist