wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Latijnse etymologie

Total questions: 20

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Deze politicus is een echte populist.

a)

Hij belooft veel maar inhoudelijk stelt het niks voor.

b)

Hij doet alles wat hij heeft beloofd voor zijn kiezers.

c)

Hij wil eigenlijk liever een popster zijn.

2.

Hij ziet er viriel uit.

a)

Hij ziet er moe uit.

b)

Hij ziet er slecht uit.

c)

Hij ziet er dapper uit.

3.

"Een subliem schouwspel", stond in de krant over het toneelstuk.

a)

een wonderbare vertoning

b)

een lauwe vertoning

c)

een afgrijselijke vertoning

4.

Geef even een sein als je weggaat.

a)

een signaal

b)

een teken

c)

een trein

5.

Die jurk is magnifiek!

a)

zeer groot

b)

zeer mooi

c)

zeer breed

6.

De stad is verdeeld in verschillende wijken.

a)

stadsdelen

b)

straten

c)

winkels

7.

AA Gent domineerde de wedstrijd.

a)

verloor

b)

overheerste

c)

verprutste

8.

De professor onderzocht de muis in het laboratorium.

a)

in de garage

b)

in het proeflokaal

c)

in de living

9.

De chinchilla voelt zich thuis in zijn nieuwe habitat.

a)

woonomgeving

b)

thuis

c)

auto

10.

Artsen zonder grenzen is een caritatieve instelling.

a)

een liefdadigheidsinstelling

b)

een tweedehands winkel

c)

een gemeenschapscentrum

11.

De leerkracht doet een interim.

a)

voltijdse opdracht

b)

tijdelijke opdracht

c)

deeltijdse opdracht

12.

Het sentiment over die film zat goed.

a)

het geluid

b)

het verhaal

c)

het gevoel

13.

Leren fietsen is een iteratief proces.

a)

een herhalend proces

b)

een eenmalig proces

c)

een slopend proces

14.

De conciërge was een invalide.

a)

een persoon met een beperking

b)

een zwakkeling

c)

een ziekelijk persoon

15.

Het leger bestond uit patriotten.

a)

soldaten die hun vaderland beminnen

b)

soldaten die graag vechten

c)

soldaten die liever thuis zitten

16.

Dat is het summum!

a)

dat is het van het!

b)

dat is het hoogtepunt

c)

dat is de som van de delen

17.

Een uitbraak van corona blijft een latent gevaar.

a)

een verwaarloosbaar gevaar

b)

een sluimerend gevaar

c)

een verborgen gevaar

18.

Je kan zoiets moeilijk anticiperen.

a)

verwaarlozen wat je weet

b)

rekening houden met wat kan gebeuren

c)

tegenhouden van een gevaar

19.

In België heeft de urbanisatie een grote vlucht genomen.

a)

trek van de stad naar het platteland

b)

trek van het platteland naar de stad

c)

vergroening

d)

verstedelijking

20.

Ik zou nog niet te vroeg victorie kraaien.

a)

een overwinning

b)

een nederlaag

c)

een haan