wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4 basis hoofdstuk 7 stoffen en materialen

Total questions: 38

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Grondstoffen komen uit de natuur.

a)

waar

b)

niet waar

2.

Erts is een gesteente waar een grondstof in zit.

a)

waar

b)

niet waar

3.

Welke grondstof hoort bij een aluminium vliegtuig?

a)

katoen

b)

aardolie

c)

bauxiet

d)

banaan

4.

Welke grondstof hoort bij een plastic tasje?

a)

katoen

b)

bauxiet

c)

aardolie

d)

banaan

5.

Wat betekent winnen van grondstoffen?

a)

grondstoffen uit de grond halen

b)

grondstoffen verkopen

c)

grondstoffen zoeken

d)

grondstoffen zuiveren

6.

Wat gebeurt er tijdens het productieproces?

Zet in de juiste volgorde:

A. grondstoffen winnen

B. grondstoffen zuiveren

C. halffabricaat

D. eindproduct

a)

A-B-C-D

b)

D-C-A-B

c)

A-C-B-D

d)

C-A-B-D

7.

Welke drie stoffen worden in de hoogoven gedaan om ijzer te maken?

a)

cokes

b)

ijzererts

c)

koolstofdioxide

d)

ruwijzer

e)

kalk

8.

Staal bevat ............ koolstof dan ruwijzer.

a)

meer

b)

minder

9.

In een hoogoven wordt ijzer gemaakt.


Welke twee producten komen er uit de hoogoven?

a)

cokes

b)

ijzererts

c)

kalk

d)

ruwijzer

e)

slakken

10.

Bij de verbranding van olie, aardgas en steenkool ontstaan verschillende stoffen.


Welke twee stoffen die ontstaan zijn schadelijke stoffen?

a)

koolstofdioxide

b)

stikstofoxide

c)

waterdamp

d)

zwaveloxide

11.

Afval wordt meestal opgehaald met vuilniswagens die rijden op diesel. In sommige gemeenten is men overgegaan op het gebruik van elektrische vuilniswagens. In andere gemeenten gebruikt men liever vuilniswagens die op biodiesel (diesel gemaakt van planten) rijden.


Welk van de genoemde vuilniswagens produceert de minste afvalstoffen?

a)

elektrische vuilniswagen

b)

vuilniswagen op biodiesel

12.

Welke stof veroorzaakt het versterkte broeikaseffect?

a)

koolstofdioxide

b)

stikstofoxide

c)

zuurstof

d)

zwaveloxide

13.

Welk materiaal hoort bij een spanband?

a)

hout

b)

koper

c)

polyester

14.

Een materiaal heeft de volgende eigenschappen:

- het is doorzichtig;

- het is breekbaar maar sterk;

- je kunt de vorm ervan niet gemakkelijk veranderen.

Bij welk materiaal horen deze eigenschappen?

a)

glas

b)

hout

c)

koper

d)

polyester

15.

Een materiaal heeft de volgende eigenschappen:

- het is een isolator;

- het kan goed tegen water;

- het is gemakkelijk in een andere vorm te brengen.

Bij welk materiaal horen deze eigenschappen?

a)

hout

b)

katoen

c)

pvc

d)

koper

16.

Afval kan worden gebruikt om elektriciteit op te wekken.


Wat moet je dan doen met het afval?

a)

hergebruiken

b)

storten

c)

verbranden

d)

opeten

17.

Welke manier van afval verwerken komt in Nederland bijna niet meer voor?

a)

storten

b)

verbranden

c)

hergebruiken

18.

Welke stelling is waar?

a)

Afval gescheiden inleveren noem je recyclen.

b)

Er zijn geen regels voor het verwerken van afval.

c)

Door afval kan het milieu vervuilen.

19.

Welke 3 soorten afval horen bij het klein chemisch afval (kca)?

a)

lampen

b)

medicijnen

c)

verf

d)

plastic

e)

schoenen

20.

Van welk soort afval wordt compost gemaakt?

a)

van gft

b)

van kca

c)

van kleding

d)

van papier

21.

Peter en Anneke hebben een nieuwe keuken gekocht.

Het aanrechtblad is van graniet gemaakt. Het granieten blad heeft een aantal eigenschappen.

Je hebt eigenschappen die te maken hebben met de stof en eigenschappen die te maken hebben met het voorwerp.

Welke twee eigenschappen zijn stofeigenschappen?

a)

massa

b)

oppervlakte

c)

dichtheid

d)

temperatuur

e)

warmtegeleiding

22.

Oud metaal oxideert, waardoor het dof wordt.


Welke stof zorgt voor oxidatie?

a)

koolstofdioxide

b)

water

c)

zuurstof

d)

zwaveloxide

23.

Hamid bestudeert tijdens een proefje een blokje ijzer.

Hij meet de massa, de lengte, de dichtheid en nog een aantal eigenschappen.

Welke drie eigenschappen zijn stofeigenschappen?

a)

massa

b)

lengte

c)

dichtheid

d)

kleur

e)

warmtegeleiding

24.

Tijdens een proef wordt vloeibare aceton verwarmd.


Wat is het kookpunt van aceton?

a)

-30 graden Celsius

b)

7 graden Celsius

c)

20 graden Celsius

d)

55 graden Celsius

25.

In welke fase(n) komt water voor op deze afbeelding?

a)

gas

b)

vast

c)

vloeibaar

26.

Welke stelling is niet waar?

a)

In een vloeistof hebben alle moleculen een vaste plaats.

b)

De bouwstenen van stoffen zijn moleculen.

c)

Een molecuul bestaat uit atomen.

d)

Bij een gas zijn de moleculen vrij van elkaar.

27.

Karin verwarmt met een brander een bekerglas water totdat het kookt.

Dan houdt ze een koud horlogeglas boven het kokende water. Ze ziet condens ontstaan.

Welke faseverandering hoort bij het ontstaan van condens?

a)

van vast naar vloeibaar

b)

van vloeibaar naar gas

c)

van gas naar vloeibaar

d)

van gas naar vast

28.

Je ziet hoogspanningsdraden.


Welke lijn hoort bij de draad in de winter?

a)

A

b)

B

29.

Een spoorrail ligt bij warm weer in de hete zon.


Wat gebeurt er daardoor met de dichtheid van de rails?

a)

neemt toe

b)

blijft gelijk

c)

neemt af

30.

Kyan kijkt op de buitenthermometer. Die geeft 15 °C aan.


Wat is de temperatuur in K?

a)

- 273 K

b)

15 K

c)

273 K

d)

288 K

31.

Carbidschieten is een populaire gebeurtenis op oudjaarsdag.

Een melkbus ligt schuin op een balk. De opening is afgesloten met een voetbal. In de melkbus wordt carbid gedaan.

Daarop wordt water gegoten. Het gas dat daarbij ontstaat, wordt aangestoken. De voetbal schiet weg van de melkbus.

Dit is:

a)

een chemische reactie

b)

een natuurkundig verschijnsel

c)

geen van beide

32.

Een chemische reactie is ...... omkeerbaar.

a)

wel

b)

niet

33.

Je laat een glas kapot vallen op de grond.

Dit is ..... chemische reactie.

a)

wel

b)

niet

34.

Welke stof is nodig voor verbranding?

a)

stikstof

b)

waterstof

c)

zuurstof

d)

zwavel

35.

Welke twee stoffen zijn licht ontvlambaar?

a)

ammoniak

b)

gootsteenontstopper

c)

spiritus

d)

wasbenzine

36.

Welk pictogram waarschuwt voor een giftige stof?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

37.

Welk pictogram waarschuwt voor een licht ontvlambare stof?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

38.

Werknemers zijn verplicht op een bouwplaats gehoorbeschermers te dragen.

Dit staat op een bord bij de bouwplaats aangegeven met een pictogram.

Welk pictogram wordt hier bedoeld?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D