wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

TW3 H4 19-20

Total questions: 25

Worksheet time: 50mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het eindproduct van de glycolyse? (Hint: tabel 68)

a)

Glucose

b)

Pyrodruivenzuur

c)

Citroenzuur

2.

Hoeveel ATP levert de glycolyse netto op?

a)

1 ATP

b)

2 ATP

c)

3 ATP

d)

4 ATP

3.

In welk organel vindt de opbouw van ATP plaats?

a)

Celkern

b)

Golgisysteem

c)

Ribosoom

d)

Mitochondrium

4.

Wat is dissimilatie?

a)

De opbouw van organische stoffen

b)

De opbouw van anorganische stoffen

c)

De afbraak van organische stoffen

d)

De opbouw van organische stoffen

5.

Zit een houtvat onder of boven in de vaatbundel van een blad?

a)

Onder

b)

Boven

6.

Zit een bastvat aan de binnenkant of buitenkant van een vaatbundel in een stengel?

a)

Binnenkant

b)

Buitenkant

7.

Welke kleuren licht gebruiken planten het liefst voor de fotosynthese? (Hint: Absorptiespectra)

a)

Blauw - Groen - Geel

b)

Paars - Blauw - Groen

c)

Paars - Geel - Rood

d)

Paars - Blauw - Rood

8.

De enzymen X,Y en Z kunnen werkzaam zijn in hetzelfde organisme.

a)

Juist

b)

Onjuist

9.

Bij 20 graden zet elk intact enzym X meer stoffen om dan elk intact enzym van Y.

a)

Juist

b)

Onjuist

10.
Hoe heet dissimilatie met zuurstof?
a)
aeroob
b)
anaeroob
c)
assimilatie
d)
kieming
11.
Bij welke reactie wordt energie vastgelegd?
a)
ATP --> ADP + P
b)
ATP + P --> ADP
c)
ADP --> ATP + P
d)
ADP + P --> ATP
12.
Wat is een ander woord voor koolstofassimilatie?
a)
fotosynthese
b)
chlorofyl
c)
autotroof
13.

Wat is de optimum-pH van het spijsverteringsenzym peptase?

a)

2,5

b)

6,6

c)

8,0

d)

8,5

14.

Bij welk nummer of nummers vindt gaswisseling plaats?

a)

7 en 8

b)

1, 7 en 8

c)

1 en 5

d)

8

15.

Bij een adembeweging ontspannen de tussenribspieren en middenrifspieren. Wat gebeurt hierdoor?

a)

Borstkas wordt groter, je ademt in

b)

Borstkas wordt groter, je ademt uit

c)

Borstkast wordt kleiner, je ademt in

16.
De bronchiën van de mens zijn bekleed met trilhaarepitheel. Wat is de belangrijkste functie van de trilharen?
a)
Het transporteren van slijm met daarin opgenomen stof
b)
Het vernietigen van schadelijke stoffen en ziekteverwekkende micro-organismen
c)
Het verwarmen van de ingeademde lucht
d)
Het wegvangen van stof uit de ingeademde lucht
17.
Als een mens rustig inademt, gebeurt o.a. het volgende:
a)
middenrif gaat omhoog
b)
de longen zetten uit; hierdoor gaat de borstkas mee
c)
middenrifspier trekt samen
d)
middenrifspier ontspant
18.
O2 en CO2 verplaatsen zich zo dat het verschil in druk in de longen en het bloed(plasma) zo klein mogelijk blijft.
Met welke term wordt een dergelijke verplaatsing van gasmoleculen aangegeven?
a)
actief transport
b)
diffusie
c)
osmose
d)
natuurlijke selectie
19.

Waar vindt bevruchting plaats?

a)

op de stamper

b)

op de bij

c)

in de lucht

d)

in het zaadbeginsel

20.

Waar in de plant zitten veel bladgroenkorrels?

a)

in de stengel

b)

in de bloem

c)

in de takken

d)

in de bladeren

21.

Wat gaat het blad UIT door de huidmondjes?

a)

Zuurstof

b)

Koolstofdioxide

c)

Bladvloeistof

d)

Water

22.

Wat gaat het blad IN door de huidmondjes?

a)

Zuurstof

b)

Koolstofdioxide

c)

Bladvloeistof

d)

Water

23.

Wat maakt een plant tijdens de fotosynthese?

a)

Koolstofdioxide

b)

Zonlicht

c)

Zuurstof

d)

Glucose

24.

Is licht een beperkende factor bij 2 lux?

a)

Ja

b)

Nee

25.

Is licht een beperkende factor bij 6 lux?

a)

Ja

b)

Nee