wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Spelling tweeklanken

Total questions: 15

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Woorden die je op dezelfde manier uitspreekt, maar die een verschillende betekenis hebben en anders geschreven worden, noem je...

a)

synoniemen

b)

antoniemen

c)

homoniemen

d)

homofonen

2.

op vakantie gaan

a)

rijzen

b)

reizen

3.

de reactie als iemand dierbaar dood is gegaan

a)

rouw

b)

rauw

4.

lieve en flatterende dingen zeggen tegen iemand

a)

vleien

b)

vlijen

5.

wanneer een priester iemand of iets zegent

a)

weiden

b)

wijden

6.

iemand spottend van alles toeroepen

a)

jouwen

b)

jauwen

7.

onvriendelijke woorden zeggen, kort en bits zijn

a)

snouwen

b)

snauwen

8.

in je handen klappen na een optreden

a)

aplaudiseren

b)

apploudisseren

c)

applaudisseren

d)

aplaudisseren

9.

smal, eng

a)

nouw

b)

nauw

10.

onzeker zijn, niet weten wat je moet kiezen

a)

tweifelen

b)

twijfelen

11.

foutloos

a)

feilloos

b)

fijlloos

12.

gebied

a)

terein

b)

terrein

c)

terijn

d)

terrijn

13.

vorm van energie

a)

electriciteit

b)

elektricitijt

c)

elektriciteit

d)

electricitijt

14.

jaargetijde

a)

sezoen

b)

seizoen

c)

sijzoen

15.

taak

a)

karwei

b)

karwij